Column Kirsten-Open

Doornroosje is weer wakker! Niet gekust door een prins maar zachtjes wakker geschud door het leven. Griep eind november resulteerde in een winterslaap van vier maanden.

De manier waarop ik deze maanden beleefde opnieuw anders dan voorheen.

Weg stress, zorgen, frustraties. Welkom acceptatie, overgave en dankbaarheid voor alles wat zich aandient. Nu ook in alles waar ik me in de 25 jaar ervoor telkens opnieuw tegen verzette. In het begin met alles wat ik in me had. Later steeds een beetje minder.

Toen de vrouw die mij sinds februari 2017 helpt om de resten van het Epstein Barr virus uit mijn cellen te verwijderen (aangezien de ME bij mij begon met de ziekte van Pfeiffer) niet in staat bleek om mij na de griep terug op de been te helpen en ook de resultaten van mijn wonderkoffie tijdelijk verdwenen, kon ik me erbij neerleggen dat er voorlopig niet door de wereld gereisd zou worden door mij. In wat het normale dagelijks leven genoemd wordt. Maar dat die reis voorlopig innerlijk zou worden voortgezet. Blijkbaar heeft mijn lijf soms pauze nodig en tot nu toe heeft me dat altijd innerlijke groei en meer geestelijke vrijheid opgeleverd. Zóveel vrijheid dat ik nu voor het eerst volledig met open armen kon ontvangen wat mij ook te wachten zou staan.

Dat was allereerst: slapen. Heel veel slapen. Tot wel 20 uur per dag. Naast periodes waarin mijn immuunsysteem en zenuwstelsel zo overweldigd raakten dat ik nauwelijks sliep, zijn er dus ook tijden dat het me amper lukt om uit een slaaproes te ontwaken. Het is een heel surrealistisch gevoel als ik telkens weer terug in slaap lijk te worden gezogen. Maar voor het eerst was er geen spoortje angst dat ik hier niet meer uit zou komen. En kon ik zonder weerstand volledig de Doornroosje in mij toelaten nu mijn lichaam aangaf dat nodig te hebben.

Nadat het vele slapen stopte, kwam er overdag wakker liggen voor in de plaats. Waarbij ik pas tegen het einde van de middag overeind kon komen voor een sanitaire stop of om iets te eten. Omdat ik gezegend ben met een liefdevol sociaal vangnet bestaande uit een papa die als bonusvader in mijn leven is gekomen toen mijn moeder met hem trouwde en zussen die meteen in de bres springen als dat nodig is, hoef ik me op zo’n moment over mijn huishouden, verzorging en andere praktische zaken geen zorgen te maken. Het enige “probleem” op zulke momenten was dat voorheen mijn denken salto’s begon te maken van verzet en zorgen. Nu dat niet langer het geval is dankzij eindeloos oefenen met The Work van Byron Katie (waarbij ik gedachten die mijn innerlijke rust verstoren heb leren horen, onderzoeken en transformeren) waardoor ik continu kan terugkeren naar die innerlijke rust, ervoer ik nu een periode van bijkomen voor mijn lichaam en mijn geest. Waarom dat nodig was? Geen idee. Had ik iets fout gedaan? Ik geloof het niet. Is het een straf voor al het genieten van de maanden ervoor? Moest ik boeten en de prijs betalen voor wat ik allemaal had kunnen ondernemen? Natuurlijk niet! In het leven krijg een mens soms griep en bij mij kwam dit harder aan dan gemiddeld. En vervolgens kreeg ik alle tijd om te bekijken waar ik fysieke energie aan wil besteden op momenten dat het beschikbaar is. Deze periode van zelfreflectie kwam goed van pas om dit nog helderder te leren zien.

Ik ben het leven en de griep dankbaar dat ik deze mogelijkheid kreeg. En The Work. En Reiki en Sin-do. Om mezelf mee te kunnen helpen. Tijdens het liggen gaf ik mezelf urenlange energiebehandelingen. Dit kost geen energie, ik hoef slechts mijn handen ergens op mijn lichaam neer te leggen. Nadat ik die ingeving kreeg en ik tot wel zes uur per dag de energie via mijn handen naar plekken op en in mijn lichaam liet stromen, kwam er na een aantal weken zowaar iets om de hoek kijken dat verdacht veel leek op fysieke energie! Heel zachtjes begon er weer energie te twinkelen en kon ik langzaam overeind komen. Met vlak daarna de komst naar Nederland van de Sin-do master uit Lanzarote, van wie ik Reiki en Sin-do leerde en een onverwachte deelname aan een groepsbehandeling (omdat er op het állerlaatste moment een plekje vrijkwam dat speciaal voor mij bleek), kon ik mijn bed overdag weer steeds vaker vaarwel zeggen. En is er sindsdien energie in mij voelbaar die ongekend is. Snappen doe ik het allemaal niet. En dat is ook niet nodig. Mijn hart is open. Mijn denken ook. En daarmee ligt de wereld voor me open. Binnen in mij. En opnieuw daar buiten. Alles is welkom. Griep. Slaap. Verwarring. Verwondering. Liefde. Wakker gekust worden door het leven. Of toch die prins…

 

Column Kirsten-Over surfen en acceptatie

Aanwezig bij de vertoning van de film Unrest, zie ik allerlei soorten mensen. Mensen in een rolstoel. Zijn dat mensen met ME? Of met een andere handicap? Ik zie mensen met wallen onder hun ogen. Nachtje doorgehaald? Of toch ME? En ik zie mensen aan wie niks opmerkelijks te bespeuren valt. Bijvoorbeeld als ik op het toilet in de spiegel kijk.

Niets is wat het lijkt.

In een groep op Facebook voor mensen met ME/CVS, lees ik dat Sonja Silva aan een surfprogramma meedoet. En dat ze deze fysiek zware uitdaging aankan nadat ze grotendeels herstelde van ME die een tijd zo ernstig was dat het haar enkele jaren aan bed en bank gekluisterd hield. Wat hoopvol! Maar zo denkt niet iedereen erover. Ik kan alleen maar denken: Wat heerlijk dat Sonja surft. Op het water. En op de golven van haar leven waarvan ik niet weet hoe woest die zijn.

Want wat ik inmiddels wel weet: Niets is wat het lijkt.

Er is media aandacht voor ME/CVS in het veelbekeken tv-programma EenVandaag. Een helder en informatief item. Toch lees ik ook hierover weer commentaar in dezelfde Facebookgroep. Want de geïnterviewde man met ME is te zien terwijl hij zijn hondje uitlaat en dat zou verwarring scheppen over de ernst van een ziekte als ME/CVS. Terwijl de gradatie van ME/CVS nu juist zo veel uiteen kan lopen. En het ook bij “mildere” vormen een enorme impact heeft op je dagelijks functioneren.

Ook hier geldt: Niets is wat het lijkt.

Dingen zijn niet wat ze lijken. Achter alles wat je ziet gaat een verhaal schuil. Bij iedereen. Wie ben ik om dat in te vullen en erover te oordelen? Want ook al kampen we met dezelfde ziekte, de verschillen zijn groot. Even groot als de teleurstelling over levens die zo anders lopen dan we ooit bedacht hadden…

Teleurstelling projecteren op een ander, omdat ze nog te pijnlijk is om alleen te dragen, is begrijpelijk. En een mening makkelijk gevormd. Maar niet iets waar we onszelf op de langere termijn beter van gaan voelen. Van positief denken, om niet te hoeven voelen, ook niet. Juist als alle machteloosheid, verdriet, frustratie en teleurstelling gevoeld mag worden, is er ruimte om te verwerken. Om te accepteren dat dit is hoe het leven er voor jou nu uitziet. En om voor jezelf uit te vinden hoe je daar het beste mee om kunt gaan.

Acceptatie als dagelijkse oefening. Voor mij betekent het: mezelf telkens opnieuw toestaan om te voelen. Wat zich ook maar aandient. Mogen oordelen. Over mezelf en over een ander. Zo snoeihard als ik maar kan en dat vervolgens opschrijven. Niet op Facebook om mijn frustraties af te reageren maar in een schriftje voor mezelf omdat het me helder vertelt waar het emotioneel nog zo’n pijn doet dat deze gedachten zich manifesteren. Want het gaat nooit over de ander maar altijd over mij. En als de pijn gevonden, onderzocht en ontmanteld is, staat niets mij meer in de weg om open te spreken over mijn beleving. Wat een ander daar ook van denkt. Voel ik me vrij om een ander, ongeacht zijn of haar denk- of leefwijze, het beste gunnen.

Ik weet hoe het is om bedlegerig te zijn en inmiddels weet ik ook weer hoe het is om dagelijks boswandelingen te kunnen maken dankzij behandelingen waarvan ik het bestaan eerder niet wist en die me nu zo helpen. Ineens barst ik tijdens zo’n wandeling uit het niets in tranen uit. Van dankbaarheid, dat zeker. Van puur ongeloof over wat mijn lijf aankan. Maar ook omdat ik de wanhoop van destijds weer even zo duidelijk voel, terwijl ik de tranen verwelkom die mijn gezicht overspoelen.

Ik ken de pieken en dalen, deining en wilde zee, en ik begrijp nog steeds niet hoe het in mijn lijf werkt zodanig dat ik er op kan inspelen. Maar sinds ik manieren heb gevonden die PEM verminderen, kan ik heel voorzichtig conditie opbouwen. En kom ik in situaties terecht waarin het kan lijken alsof ME geen invloed meer op mijn leven heeft. Op emotioneel vlak is dat inderdaad steeds minder zo. In de praktische zin heb ik er elke dag rekening mee te houden. Omdat ik me niet langer aangevallen of een slachtoffer voel, kan ik onbevangen vertellen wat ME voor impact heeft op mijn leven. Hoe het was en hoe het nu is. Wat de zichtbare en onzichtbare gevolgen zijn.

Niets is wat het lijkt. Als er iets is waar ME mij perfect in onderwijst, is het dat besef. Telkens opnieuw.

Column Daria

Woorden
Er zijn momenten dat het me lukt om mijn situatie te ‘aanvaarden’. Maar omdat mijn klachten elke keer iets lijken te verslechteren, moet ik ook steeds weer mijn verwachtingen en acceptatie bijstellen. Ik heb vandaag geprobeerd om mijn kleine wandelingetje naar de zwaan te maken, maar na 5 stappen zat er geen kracht meer in mijn benen en leken ze al verzuurd te zijn. Ik ben in tranen terug naar de bank gekropen. Waarom toch? En blijft dit zo? Ik weet dat ik me er een stuk bij neer moet leggen, maar ja, doe dat maar eens.

Het liefst zou ik in deze blog vertellen over de goede medische zorg en ondersteuning die ik krijg. Maar op medisch vlak voel ik me echt in de kou staan. Ik zit nu in een diagnostisch traject van een Gents ziekenhuis (ik woon in België). Alleen al de onderzoeken om de diagnose cvs te stellen, duren 6 tot 10 maanden. Het is intens, doordat ik slecht verplaatsingen en prikkels kan verdragen en ik het confronterend vind steeds maar weer mijn verhaal te doen. En aangezien mijn klachten niet stabiliseren, komen er nu weer extra onderzoeken bij. De uitslag zal in juli zijn en de diagnose, cvs, weet ik al. Het schrijnende is dat ze na die diagnose eigenlijk geen hulp aan me kunnen bieden, aangezien ik te zwak ben voor een ambulant programma. Samengevat: ik zit nu in een intensief diagnostisch traject, enkel om een diagnose te krijgen die ik al ken om vervolgens niet door hen geholpen te kunnen worden.

Alhoewel ik geloof dat eenieder op die ziekenhuisdienst daar het beste met de patiënten voorheeft, heb ik wel wat aanmerkingen. Ze zijn overbelast, de communicatie tussen de disciplines onderling en naar de patiënt is slordig. Ik heb het idee dat niet bij elke arts of assistent de kennis rond de ziekte optimaal is en ik vind de medewerkers niet altijd empathisch. Ik kan nog verder uitweiden, maar dat wakkert de onmacht en boosheid nog verder in me aan. Aangezien het noodzakelijk is dat ik bij hen een officiële cvs-diagnose krijg, probeer ik voor zover het me lukt dit traject rustig af te werken en zoveel mogelijk bij mezelf te blijven en in mezelf te geloven. In augustus kan ik gelukkig bij een andere cvs-arts terecht en hopelijk zijn er daar mogelijkheden of in ieder geval een geruststellendere en menselijkere communicatie. “If not to cure, to care” heeft die arts wel eens in een interview over ME/ cvs geschreven. Dat vind ik al een menswaardige insteek.

De ziekenhuisstress, de verslechtering en de angst om nog verder achteruit te gaan hebben me sinds het laatste ziekenhuisbezoek weer behoorlijk in de greep. Het kleine wandelingetje om te ontspannen is weggevallen. Gelukkig lukt schrijven me nog wel en dat biedt me troost. Ik kan nog de woorden en zinnen  vinden om me uit te drukken. Door te schrijven kan ik mijn situatie, gevoelens en gedachten wat van een afstand bekijken, daardoor overspoelt het me wat minder. En door mijn verhaal te delen voel ik me er minder alleen voor staan. Ik weet dat er mensen zijn die de tijd nemen om mijn verhaal te lezen. Ik weet dat ik familie, vrienden en buren heb die achter me staan, die mij en mijn gezin praktisch en emotioneel steunen en die in mij geloven en de persoon achter de klachten blijven zien. Bedankt daarvoor!

Column Daria

Zwaan kleefaan

Ik droomde dat ik mijn Oriëntaalse danskleren uit de kast pakte. Ik transformeerde in een Oosterse prinses, mijn spiegelbeeld lachte me toe en ik straalde weer. Opeens stond ik op een podium, vederlicht draaide ik in het rond en liet me meevoeren op de Arabische muziek, ik draaide en draaide en…oh nee, het moment van ontwaken… Krampachtig probeer ik nog een beetje verder te dromen en te blijven genieten, maar langzaam sijpelt de werkelijkheid weer binnen. Ik ben ziek.

Tot twee jaar terug was dansen geen droom. Het was heerlijk om samen met vriendinnen zot te doen en ons vast te bijten in een choreografie of lekker improviseren. Eventuele stress, of werkdruk, tijdens het dansen kon ik alles loslaten. De dansjuf heeft verschillende keren voorgesteld dat ik even langskom en desnoods kijk. Maar de drukte, de muziek en de rit ernaar toe zou ik momenteel niet aankunnen. Ook is de confrontatie net iets te pijnlijk, omdat ik het zo mis.

Er zijn momenten dat ik overspoeld word door het gemis van mijn vroegere leven. Het gezinsleven, een dagje zonder hulp voor mijn zoontje zorgen, dansen, werken. Toch zijn er ook steeds langere periodes dat ik het neem zoals het is en voorzichtig nieuwe dromen maak. Zeker niet zo groots als dansen op een podium, het zit nu in de veel kleinere dingen.

Mijn ziekte is grillig. Er zijn dagen geweest dat ik nauwelijks kon rechtstaan of wandelen. De afgelopen week sta ik gelukkig weer stabieler op mijn benen, maar ik blijf afhankelijk van een rolstoel en anderen om ergens naartoe te gaan. Licht en geluid kan ik moeilijk verdragen, maar er zijn dagen dat ik wel even in de zon kan zitten of een serie op tv kijken. Juist door dat contrast lukt het me nu veel beter te genieten op de dagen dat de klachten niet allesoverheersend zijn. Het kleine wandelingetje dat ik rond het huis maak, ervaar ik heel bewust. Elke voorzichtige stap die ik zet, de geuren, de natuur die langzaam openbloeit en een zwaan die hier om de hoek aan het broeden is.

Ik las onlangs een aangrijpende blog van Bente, een jonge vrouw met ernstige ME. (https://www.magiceveryday.nl/2018/04/). Ze is bedlederig en ligt in een donkere kamer. Ze benoemt haar eenzaamheid in de donkerte waarin ze ligt, terwijl buiten de zon schijnt. En de eenzaamheid van de continue strijd die zij levert in contrast met mensen die buiten ontspannen onder het genot van een wijntje. Ze vraagt geen medelijden, ze vraagt of de mensen die het wél kunnen met elke vezel in hun lijf willen genieten. ‘Ik kan het niet’,  zegt ze, ‘doe jij het dan alsjeblieft wel’.

Haar blog raakte me, graag zou ik iets voor haar willen betekenen. Maar dat kan ik niet, wat ik wel kan is aan haar oproep om te genieten gehoor geven. Straks ga ik voorzichtig weer een blokje wandelen en eens kijken of er misschien al babyzwaantjes geboren zijn.

Column Daria

Rock en Roll
Het is een zware nacht geweest. Ik had een aanval van flitsen, oorsuizingen en pijn in mijn hoofd. Sinds een paar dagen kan ik nog moeilijk licht verdragen. Het opstaan ging vandaag nog moeizamer dan anders, het heeft me een uur gekost om me aan te kleden en de trap af te gaan. Door orthostatische hypotensie word ik bij het rechtstaan licht in mijn hoofd en draaierig, in de ochtend heb ik hier het meest last van.

De ene dag is de andere niet. Zo is de hypotensie niet elke dag even erg. Met zoute dropjes, bouillon, langzaam rechtstaan en een voorzichtige tred kom ik wel de dag door. Het licht niet kunnen verdragen kende ik nog niet in die hevigheid.

Mijn plan voor vandaag is het uittypen van deze column, die ik al grotendeels in een schriftje heb uitgeschreven. Het blijkt een hele opgave. Ik zit met een grote zonnebril op, met de helderheid van het scherm op minimum en toch doet het al pijn. Ook zijn mijn oren aan het suizen. Dus ik heb mezelf voorgenomen om elke keer niet langer dan 10 minuten achter het beeldscherm te zitten. Dat frustreert me, zeker omdat ik vroeger gewend was om in een keer een tekst te schrijven.

De Rock en Roll is er wel wat af. Daarmee bedoel ik spontaan en enthousiast me overgeven aan een idee of situatie. Ik moet altijd op de rem staan: niet te lang achter het beeldscherm, niet te lang puzzelen, niet te druk praten. Ik mis het om weer eens met vrienden af te spreken, met mijn zoontje naar de speeltuin te gaan of op de fiets te springen naar de winkel. Momenteel kan ik nog ongeveer 60 meter wandelen en daar kom je niet ver mee.

Vorig weekend was mijn verjaardag. Het was fijn. Daan heeft een mooi schilderij voor me geschilderd. Verder heb ik lieve berichtjes en cadeautjes gekregen en samen hebben we lekkere taart met slagroom gegeten. Mijn man en ik hebben met de rolwagen Gouda bezocht. Weer eens genieten van een ander uitzicht, van de mooie grachten en gevels, terwijl ik de eerste lentezon op mijn huid voelde. Het moet vast een komisch gezicht geweest zijn én toch best ook een beetje rock en roll. Mijn man is namelijk nogal actief en we vlogen met de rolwagen door de straten van Gouda. Zo had hij een goede opwarming voor de Rotterdamse marathon de dag nadien. Af en toe botste ik tegen een paaltje aan en er moesten ook mensen opzij springen. Dat laatste heb ik er waarschijnlijk zelf bij gefantaseerd, maar het had gekund. Ik moet lachen als ik eraan terugdenk, hier kan ik nog een tijdje op teren.

Column Daria

Knuffeliepuffelie

Mijn hoofd en lichaam weten dat het zo het beste is, maar gevoelsmatig is het lastig. Mijn lieve zoontje Daan (2,5 jaar) is bij zijn papa in België, terwijl ik voor het moment bij mijn ouders in Nederland woon. Door mijn ziekte kon ik de drukte thuis niet meer aan. Zelfs het ’s ochtends klaarmaken van Daan om naar school te gaan (in België is dat al vanaf 2,5), lukte me nog nauwelijks door de pijn en uitputting.

Ik ben natuurlijk niet helemaal weg. We hebben dagelijks telefonisch contact en ik probeer ook regelmatig langs te gaan. Maar toch… ik mis Daan zo, zijn geur, zijn verhaaltjes, onze liedjes. Samen ‘knuffeliepuffelie’, dat is ons eigen taaltje voor knuffelen. En ik voel me best wel schuldig. Ik wil er zo graag voor hem zijn als hij uit school komt en vragen hoe zijn dag was, want voor het eerst naar school gaan maakt een grote indruk op hem. Ik wil samen met hem spelen, naar de speeltuin. Hem in badje doen. Terwijl ik dit schrijf rollen de tranen over mijn wangen.

Op emotioneel vlak ben ik gezegend met goede hulpverlening. Ik heb een psycholoog door wie ik me begrepen voel. Zij helpt me dingen vanuit een andere perspectief te bekijken, dat ik ook een goede moeder ben door even minder aanwezig te zijn. En ze laat me weten dat dit verdriet en schuldgevoel er mogen zijn. Van haar heb ik de wijsheid ‘schuldig voelen is iets anders dan schuldig zijn’ meegekregen. Onlangs ben ik naar een psychiater geweest, ook zij was erg steunend. Ik benoemde mijn schuldgevoel naar Daan en ze stelde voor een koffertje voor hem te maken met leuke spulletjes en een brief voor hem voor later waarin ik uitleg waarom mama wat vaker weg is.

Hoeveel pijn het ook doet en hoe onnatuurlijk deze situatie ook voelt, toch ben ik opgelucht dat de mogelijkheid er is dat ik even wat meer rust en zorg heb. Ik ben mijn man dankbaar dat hij de dagelijkse zorg voor ons zoontje op zich neemt. En dat hij de situatie begrijpt, want ook voor hem is dit een aanpassing en niet altijd gemakkelijk. Verder zijn er babysits, lieve oma’s en vriendinnen die helpen Daan te verzorgen, qua liefde en aandacht komt hij gelukkig niks tekort.

Okee, ik ben erg verdrietig, en dat mag. Maar zoals mijn man de laatste tijd regelmatig zegt: ‘focus je op wat nog wél gaat’. En daar heeft hij een punt. Over een week zie ik mijn zoon en man weer en daar kijk ik nu al naar uit, ondertussen knutsel ik een koffertje voor hem voor later. Ik ben misschien niet de energieke moeder voor hem die ik graag had willen zijn, maar ik ben zijn moeder en ik zal er voor hem zijn op de manier die me wél lukt. En stiekem weet ik eigenlijk wel dat ik ondanks alles een hele lieve mama ben.

Column Daria – Puzzelstukjes

Een eerste blog. Ik had er wilde plannen en ideeën over. Ik wilde vooral heel positief zijn en me richten op de dingen die nog wel lukken en zo ook anderen motiveren. De afgelopen tijd had ik al zoveel negativiteit gelezen op internet, dat ik dacht, daar moet verandering in komen. Maar ik moet eerlijk bekennen, ik weet momenteel zelf even niet meer waar het noorden te vinden..

Ik heb de afgelopen weken veel tegenslagen en stress te verwerken gehad en mijn klachten van pijn, uitputting en overprikkeling zijn in een korte tijd serieus toegenomen. De zoektocht naar gepaste hulp en de doktersbezoeken hebben er ingehakt. De uitputtende reisjes naar het ziekenhuis, de onderzoeken, steeds weer mijn verhaal doen en dan ook nog de boodschap dat ik te zwak ben om deel te nemen aan een CVS-programma. Ik werd steeds moedelozer. Dit in combinatie met de situatie thuis waar ik zelfs de kleinste huishoudelijke taken niet of nauwelijks nog kon uitvoeren, waar de relationele stress opliep en het pijnlijkst: waar ik merkte dat ik zelfs mijn lieve zoontje naar school brengen al te zwaar voor me was. Het ging gewoon niet meer.

Dus, daarom de keuze: er is een time-out nodig. Na een onhandige omweg van een zorghotel dat niet geschikt voor mij bleek te zijn zit ik momenteel even een tijdje bij mijn ouders. Om zogezegd wat ‘tot rust te komen’. Mijn man zorgt thuis in België voor ons zoontje en ik lig hier nu in de zetel bij mijn lieve ouders, weer terug in Nederland.

Ten volle toegeven dat het écht niet meer gaat, dat dit lichaam op is, dat ik het thuis niet meer aankan, geeft ook eindelijk een beetje een gevoel van ‘rust’. De strijd naar goede hulp, naar hét geneesmiddel. Het hoeft even niet meer. Deze gladiator heeft de arena verlaten.

Ik laat me hier verzorgen. Het lekkere eten van mijn moeder. Mijn ouders die beiden op pensioen zijn en mij in volle warmte verwelkomen, het is vertederend. Doordat ik hier geen verplichtingen heb, kan ik veel beter naar de noden van mijn lichaam luisteren. Ik lig het grootste gedeelte van de dag op de bank. Maar wissel ook af, met zitten, een korte wandeling, een boek of de krant lezen, kort op internet, deze blog schrijven. En af en toe puzzel ik een beetje. Samen met mijn vader ben ik naar de kringloopwinkel gegaan en we kwamen thuis met een tijger van 1000 stukjes. Puzzelen, iets wat ik in mijn volwassen leven niet meer gedaan heb. Wie had dat verwacht? En ik moet zeggen, het helpt me wel, elke keer weer een paar stukjes leggen. En mij niet alleen, ook mijn ouders zijn in de ban van de tijger die hier aan de eettafel steeds meer gestalte krijgt. Ik moet bekennen, het is bevrijdend hoe ik tussen het afzien en piekeren door ook momenten op kan gaan in de kleine puzzelstukjes en hun plaats in het geheel.

Hopelijk zullen de puzzelstukjes van mijn eigen leven ook meer hun plek vinden, al is het maar een klein beetje. Stukje per stukje. Ik hoop het zo..

Gastcolumn Celine: Waar een wil is, is (soms) een (zij)weg

Waar een wil is, is een weg. Een populaire uitspraak in onze moderne samenleving vol mogelijkheden en kansen. Als je iets wilt, dan moet je het gewoon doen. En als het niet lukt, dan ligt het aan jezelf. Want dan heb je er blijkbaar niet hard genoeg voor gewerkt of je wilt het niet vurig genoeg. Ik kan me doodergeren aan deze zogenaamd inspirerende uitspraak. En menig ME’er zal die ergernis vast met me delen. Wij weten namelijk wel beter. Echter vaak door schade en schande.

Ik had mijn toekomst helemaal uitgestippeld. Het was een reusachtig plan. Ik zou al m’n kwaliteiten kunnen benutten, iets voor de wereld kunnen betekenen en ontzettend gelukkig worden. Worden, want gelukkig was ik niet echt. Op het moment werkte ik namelijk met alles wat ik had (en nog meer) aan m’n studie. Ik had er ook al heel wat moeilijke jaren opzitten, aangezien ik al op m’n 13e ziek werd. Maar dat ik ziek was, dat wilde ik niet toegeven aan mezelf. Iedereen zei namelijk dat ik niet ziek was. Al die doktoren en therapeuten wisten toch waar ze het over hadden? En mijn lieve moeder die me elke avond na mijn twee uur durende huilbui gerust probeerde te stellen, zei dat het waarschijnlijk alleen een moeilijke fase was. Dus ja, dan geloofde ik dat ook. Ik was nu eenmaal snel overweldigd en kon niet zoveel alvorens in de stress te schieten, dus het lag gewoon allemaal aan mij. Maar dat maakte niet uit. Ik had m’n middelbare school toch ook gehaald? Het was weliswaar noodzakelijk geweest om af te stromen van vwo naar havo, maar dit stond mijn levensplan niet in de weg, omdat ik toch al een hbo-opleiding wilde doen. Dan kon ik dus ook de opleiding afronden en dan een master doen in Groningen, wat ik zo graag wilde. Ik zag mezelf daar al helemaal wonen en schreef me alvast in bij een woningbouwvereniging, omdat ik wist dat de wachtlijst zo lang was. Ik schreef me in voor een voorlichtingsdag over de beschikbare masters. En dan zou ik gelukkig worden, want dan kon ik eindelijk op mezelf gaan wonen in de stad waarnaar ik om één of andere reden zo verlangde. Het was pas over een paar jaar en dan zou ik me vast beter voelen en het allemaal aankunnen.

En zo gingen de maanden voorbij. Maar in plaats van me beter te voelen, voelde ik me slechter en gleed ik steeds dieper en dieper in het dal der ongezondheid. Totdat ik volledig instortte. Opeens kon ik niets meer en lag dagenlang uren te huilen zonder me te kunnen bewegen. Ik besloot een pauze te nemen met m’n studie. Maar die voorlichtingsdag over die masters die over een paar dagen was, daar wilde ik nog steeds heen! Dat was m’n lotsbestemming en die kon ik nog steeds halen, alleen met wat vertraging. De stap die ik vervolgens nam, namelijk om niet te gaan, was een belangrijke in een reeks van vele stappen die me alle verder wegvoerden van mijn levensplan. Ik moest stoppen met leven in de toekomst en kijken naar het heden. Ik moest realistisch worden. Niet alleen zou er nooit meer sprake zijn van een master. Er zou zelfs nooit meer sprake zijn van werken en zelfs de mogelijkheid om voor mezelf te zorgen.

Tijdens een therapie kreeg ik eens een metafoor, namelijk de volgende: Een man valt in een snelstromende rivier. Hij probeert met alle macht naar de kant te komen en tegen de stroming in terug te zwemmen naar waar hij in het water viel. Hij heeft echter weinig succes en wordt steeds verder afgevoerd door de rivier en raakt in paniek als hij een waterval in de verte begint te zien. Met alles wat hij heeft, vecht hij om niet over de rand te vallen, maar uiteindelijk gebeurt het onvermijdelijke. Hij wordt moe en valt over de rand. Je zou denken dat die val het einde betekent. Maar nee, wat blijkt… Hij komt terecht in prachtige rustige baai.

Terug naar mijn verhaal. Toen ik dacht alles kwijt te zijn en er niets meer terecht zou komen van mijn toekomstdroom, gebeurde er iets ongelooflijks. Mijn Engelse vriend, met wie ik zou gaan samenwonen, kreeg een baan in Groningen. Het had werkelijk overal in Nederland kunnen zijn, maar nee, zonder dat ik er ook maar iets mee te maken had verhuisden we naar Groningen. Soms, de weinige keren wanneer mijn lichaam het toelaat, fiets ik langs de universiteit en stel ik me voor hoe mijn leven zou zijn geweest als ik had gekregen wat ik had gewild. Ik ben nu dan wel geheel financieel en praktisch gezien afgehankelijk van mijn vriend, iets wat absoluut niet altijd makkelijk is, maar voor het eerst ben ik gelukkig. Iets wat me nooit zou zijn gelukt, met mijn originele lichaamsslopende plan.

Dit zet me weer aan het denken over de metafoor. Je kunt hem namelijk ook iets aangepast vertellen. Ik viel in de rivier en zwom met alle macht tegen de stroming in. Desalniettemin werd ik meegevoerd en er kwam een splitsing van de rivier. Ik wist dat ik de linkerarm van de rivier wilde nemen, omdat dat me dichter bij m’n oorspronkelijke doel zou brengen. De stroom voerde me echter, ondanks al m’n inspanningen, naar de rechterarm. Ik probeerde nog terug te zwemmen, maar werd moe en liet me uiteindelijk, zonder vechten meevoeren. De beide afsplitsingen van de rivier waren niet hetzelfde, maar kwamen wel uit in dezelfde baai.

Laten we er maar van maken: Waar een wil is, is (soms) een (zij)weg.

Celine