Column Kim: Stand by ME

In Nederland kennen we het fenomeen Sociale Zekerheid. Een financieel vangnet voor de zwakkere in de samenleving. Ik ben chronisch ziek en bevind me in dit vangnet. Al zo’n jaar of 10. Ongewild wel te verstaan.

 

Voor WAJONG kwam ik nooit in aanmerking. Voor WIA was ik niet ziek genoeg. Daar trof ik een UWV-arts van het niveau “Bent u hier op de fiets naar toegekomen? Dan kunt u ook fulltime werken.” Een rechtszaak kon deze gedachtekronkel onvoldoende rechtbreien. Sindsdien leef ik van een bijstandsuitkering, zo’n 850 euro netto per maand. Ik klaag niet. Kan zonder problemen rondkomen, soms zelfs sparen. Ik doe nooit een beroep op de zogenaamde “bijzondere bijstand” en vraag geen kwijtschelding aan voor gemeentelijke belastingen, want dat kan ik prima zelf betalen. En ook al vind ik dat het geld uit het verkeerde potje komt, het is zoals het is.

Maar Nederland verhardt. En zo ook het beleid van de sociale dienst bij mijn gemeente. Casemanagers werken met steeds strakkere targets, enige mate van ‘empathie’ is hen volkomen vreemd en de soms schrijnende persoonlijke omstandigheden lijken irrelevant geworden. Het beleid is tenslotte niet de cliënt te leren kennen, maar haar aan het werk te schoppen. Vandaar dat ik om de haverklap een nieuwe casemanager voor mijn neus tref, die mijn “geval” weer met een frisse blik tegemoet treedt, maar geen flauw benul heeft van het leven dat ik leid. Aan mij de taak om dit telkens weer zo genuanceerd mogelijk over te brengen in de hoop op enig inlevingsvermogen. Mits ik daar de kans voor krijg.

Na jaren van relatieve radiostilte, heb ik onlangs (telefonisch!) kennisgemaakt met mijn allernieuwste casemanager (from hell!). Ineens blijk ik verantwoording af te moeten leggen voor iedere scheet die ik laat. Zelfs wanneer het medische behandelingen/ (vrije)tijdsbesteding betreft.  Mijn wekelijkse bezoekje aan de fysiotherapeut is allesbehalve vanzelfsprekend. Evenals mijn vrijdagmiddagsessie bij de psycholoog. Ook daar dien ik volgens mevrouw (jawel) TOESTEMMIMG voor te vragen. Om nog maar te zwijgen van een yogales, want dat doe ik voor mijn eigen plezier. Wanneer ik aangeef een cursus te gaan volgen (9 dinsdagavonden) en die ZELF betaal, gaan alle fraudebellen rinkelen en word ik behandeld als de eerste de beste crimineel. Een elektronische enkelband is er niets bij. Nog even en ik loop met een chip in mijn reet. Ik mag slechts vier weken in het buitenland vertoeven en maar twee nachten per week met mijn vriend doorbrengen. Worden dat er onverhoopt drie, gewoon omdat het praktisch is, zo uitkomt, of misschien wel gezellig is, dan voeren mijn vriend en ik spontaan een “gezamenlijk huishouden”, wat in uitkeringsland gelijk staat aan samenwonen. En dat zou betekenen ik al mijn recht op een bijstandsuitkering kwijtraak, omdat mijn vriend toevallig bij machte is mij financieel te onderhouden. Eigenlijk mag ik niets hebben. Niet leven. Dat is de boodschap

Daarnaast word ik periodiek onderworpen aan een zogenaamde “medische keuring”, om te onderzoeken of ik ECHT niet kan werken. Braaf vul ik een met zorg samengestelde vragenlijst in; dat ik “met beide oren goed kan horen” (check!), “(enigszins) last heb van hoogtevrees” (check!) en vooral “NIET regelmatig aan sport doe”. Want daar krijg ik PEMmetjes van. Maar ja, leg dat maar eens uit aan meneer de keuringsarts. Zolang mijn ziekte niet “medisch objectiveerbaar” is, moet de beste man me op mijn groen/bruine ogen geloven als ik zeg dat ik me uitgeput voel en overal pijn heb. Dat ging een tijd lang goed, totdat men recentelijk besloot dat het wel eens tijd werd voor een zogenaamd “activatie-/participatietraject”, waarbij ik, onder het mom van: “Ook al is de situatie onveranderd slecht, er moet toch een KEER iets gebeuren”, een aantal dagdelen per week (!!) maatschappelijk zinvolle werkzaamheden dien te verrichten. Wat toch op zijn minst getuigt van een enigszins opmerkelijke logica. Maar de keuze is allesbehalve reuze. Ik ben compleet overgeleverd aan hun grillen.

En dus voel ik me gevangen. Gevangen in een web van financiële afhankelijkheid, waar het draait om succespercentages, en onwetendheid en onbegrip de boventoon voeren. Waar het niet van belang is hoe IK behandeld wordt. Ik krijg tenslotte geld. En moet vooral doen wat er van mij verwacht wordt. Ik sta machteloos. Voel me aangetast in mijn privacy. Een halve crimineel. Een speelbal. Waardeloos. NIETS.

Nederland anno 2013. De samenleving verhardt. Soms vraag ik me af wat erger zou zijn: Tegen beter weten in op zoek gaan naar een baan en mezelf de vernieling in werken of me op deze genante wijze laten vernederen. Ik begeef me in het vangnet van de Sociale Zekerheid. En nog nooit heb ik mij zo onzeker gevoeld

Reacties kun je sturen naar column.kim@gmail.com<br

Mail dit nieuwsbericht Deel deze pagina via facebook Deel deze pagina via Twitter Deel deze pagina via LinkedIn