Gastcolumn Celine: Waar een wil is, is (soms) een (zij)weg

Waar een wil is, is een weg. Een populaire uitspraak in onze moderne samenleving vol mogelijkheden en kansen. Als je iets wilt, dan moet je het gewoon doen. En als het niet lukt, dan ligt het aan jezelf. Want dan heb je er blijkbaar niet hard genoeg voor gewerkt of je wilt het niet vurig genoeg. Ik kan me doodergeren aan deze zogenaamd inspirerende uitspraak. En menig ME’er zal die ergernis vast met me delen. Wij weten namelijk wel beter. Echter vaak door schade en schande.

Ik had mijn toekomst helemaal uitgestippeld. Het was een reusachtig plan. Ik zou al m’n kwaliteiten kunnen benutten, iets voor de wereld kunnen betekenen en ontzettend gelukkig worden. Worden, want gelukkig was ik niet echt. Op het moment werkte ik namelijk met alles wat ik had (en nog meer) aan m’n studie. Ik had er ook al heel wat moeilijke jaren opzitten, aangezien ik al op m’n 13e ziek werd. Maar dat ik ziek was, dat wilde ik niet toegeven aan mezelf. Iedereen zei namelijk dat ik niet ziek was. Al die doktoren en therapeuten wisten toch waar ze het over hadden? En mijn lieve moeder die me elke avond na mijn twee uur durende huilbui gerust probeerde te stellen, zei dat het waarschijnlijk alleen een moeilijke fase was. Dus ja, dan geloofde ik dat ook. Ik was nu eenmaal snel overweldigd en kon niet zoveel alvorens in de stress te schieten, dus het lag gewoon allemaal aan mij. Maar dat maakte niet uit. Ik had m’n middelbare school toch ook gehaald? Het was weliswaar noodzakelijk geweest om af te stromen van vwo naar havo, maar dit stond mijn levensplan niet in de weg, omdat ik toch al een hbo-opleiding wilde doen. Dan kon ik dus ook de opleiding afronden en dan een master doen in Groningen, wat ik zo graag wilde. Ik zag mezelf daar al helemaal wonen en schreef me alvast in bij een woningbouwvereniging, omdat ik wist dat de wachtlijst zo lang was. Ik schreef me in voor een voorlichtingsdag over de beschikbare masters. En dan zou ik gelukkig worden, want dan kon ik eindelijk op mezelf gaan wonen in de stad waarnaar ik om één of andere reden zo verlangde. Het was pas over een paar jaar en dan zou ik me vast beter voelen en het allemaal aankunnen.

En zo gingen de maanden voorbij. Maar in plaats van me beter te voelen, voelde ik me slechter en gleed ik steeds dieper en dieper in het dal der ongezondheid. Totdat ik volledig instortte. Opeens kon ik niets meer en lag dagenlang uren te huilen zonder me te kunnen bewegen. Ik besloot een pauze te nemen met m’n studie. Maar die voorlichtingsdag over die masters die over een paar dagen was, daar wilde ik nog steeds heen! Dat was m’n lotsbestemming en die kon ik nog steeds halen, alleen met wat vertraging. De stap die ik vervolgens nam, namelijk om niet te gaan, was een belangrijke in een reeks van vele stappen die me alle verder wegvoerden van mijn levensplan. Ik moest stoppen met leven in de toekomst en kijken naar het heden. Ik moest realistisch worden. Niet alleen zou er nooit meer sprake zijn van een master. Er zou zelfs nooit meer sprake zijn van werken en zelfs de mogelijkheid om voor mezelf te zorgen.

Tijdens een therapie kreeg ik eens een metafoor, namelijk de volgende: Een man valt in een snelstromende rivier. Hij probeert met alle macht naar de kant te komen en tegen de stroming in terug te zwemmen naar waar hij in het water viel. Hij heeft echter weinig succes en wordt steeds verder afgevoerd door de rivier en raakt in paniek als hij een waterval in de verte begint te zien. Met alles wat hij heeft, vecht hij om niet over de rand te vallen, maar uiteindelijk gebeurt het onvermijdelijke. Hij wordt moe en valt over de rand. Je zou denken dat die val het einde betekent. Maar nee, wat blijkt… Hij komt terecht in prachtige rustige baai.

Terug naar mijn verhaal. Toen ik dacht alles kwijt te zijn en er niets meer terecht zou komen van mijn toekomstdroom, gebeurde er iets ongelooflijks. Mijn Engelse vriend, met wie ik zou gaan samenwonen, kreeg een baan in Groningen. Het had werkelijk overal in Nederland kunnen zijn, maar nee, zonder dat ik er ook maar iets mee te maken had verhuisden we naar Groningen. Soms, de weinige keren wanneer mijn lichaam het toelaat, fiets ik langs de universiteit en stel ik me voor hoe mijn leven zou zijn geweest als ik had gekregen wat ik had gewild. Ik ben nu dan wel geheel financieel en praktisch gezien afgehankelijk van mijn vriend, iets wat absoluut niet altijd makkelijk is, maar voor het eerst ben ik gelukkig. Iets wat me nooit zou zijn gelukt, met mijn originele lichaamsslopende plan.

Dit zet me weer aan het denken over de metafoor. Je kunt hem namelijk ook iets aangepast vertellen. Ik viel in de rivier en zwom met alle macht tegen de stroming in. Desalniettemin werd ik meegevoerd en er kwam een splitsing van de rivier. Ik wist dat ik de linkerarm van de rivier wilde nemen, omdat dat me dichter bij m’n oorspronkelijke doel zou brengen. De stroom voerde me echter, ondanks al m’n inspanningen, naar de rechterarm. Ik probeerde nog terug te zwemmen, maar werd moe en liet me uiteindelijk, zonder vechten meevoeren. De beide afsplitsingen van de rivier waren niet hetzelfde, maar kwamen wel uit in dezelfde baai.

Laten we er maar van maken: Waar een wil is, is (soms) een (zij)weg.

Celine