Column Kirsten – Terug bij af?

Al een week of vier geniet ik van de ontspanning en ontwakende energie in mijn lijf. Ik vertel mijn lichaam eindeloos hoe dankbaar ik ben voor de veerkracht die het toont na alles wat het te verduren kreeg tijdens het ziekteproces van mijn moeder. Zeven maanden duurde het om weer op te krabbelen van totaal uitgeput, overprikkeld en bedlegerig naar verre van fit en bankhangend. Een hele vooruitgang want ik besef hoe hard mijn lijf hiervoor heeft moeten werken.

Ik geloof onvoorwaardelijk in het zelfgenezend vermogen van mijn lichaam en sinds ik bij dokter Maes ben geweest snap ik ook waarom mijn lijf telkens reageert zoals het reageert. Dat stress moeilijker verwerkt kan worden door een zenuwstelsel dat van binnenuit al geprikkeld wordt door ontstekingen en celschade waarmee ME gepaard gaat. Het kan er nog maar weinig prikkels van buitenaf bij hebben zonder overprikkeld te raken. Minder overprikkeling betekent dat ontstekingen kunnen genezen en minder ontstekingen zorgen voor steeds minder overprikkeling. Simpel. Nu de uitvoering nog.

Aan de hervonden rust in mijn lichaam te merken, is dat de afgelopen tijd goed gelukt. Dus ga ik door met wat ik denk dat werkt. Ontspanningsoefeningen op vaste tijden, positieve feedback geven aan mijn lichaam, stressvolle gedachten ontmantelen, inspanning nauwkeurig doseren. Ik geef het mijn volle aandacht. Om het bijzondere lijf dat ik in dit leven heb toebedeeld gekregen zo goed mogelijk te steunen. Me telkens beseffend dat elke stapje vooruit een gift is en geen vanzelfsprekendheid.

Maar hoe vastbesloten ik ook ben om het ritme te handhaven waar mijn lijf momenteel zo goed bij gedijt: Het lukt niet. Niet als mijn vader, die na een hersenbloeding vier jaar geleden verlamd en volledig bedlegerig in een verpleeghuis verblijft, ineens hard achteruit gaat. Dan zeg ik niet: “Ho, stop, ik let op mijn grenzen dus de rest van de wereld zoekt het maar uit.” Nee hoor, ik stap ’s avonds laat halsoverkop met mijn zusje in de auto en kom pas diep in de nacht weer thuis. Mijn vader is na een paar dagen buiten levensgevaar en ik doe er alles aan om ook mijn lijf weer te kalmeren. Dat lukt aardig tot ik een paar weken daarna zo schrik dat de overprikkeling wederom tot grote hoogte stijgt.

Een dierbare vriend, die 11 jaar lang mijn innig geliefde partner was, krijgt te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Drie jaar geleden gingen wij uit elkaar nadat de kanker die bij hem was geconstateerd na een aantal operaties verdwenen leek te zijn. Hij wilde zich niet langer beperkt voelen door de ME en hoe pijnlijk die conclusie ook was voor ons beiden, natuurlijk begreep ik dat. Nu de kanker is uitgezaaid naar zijn hersenen, ben ik zo blij dat hij die keuze destijds maakte en hij de afgelopen 3 jaar vrij van gezondheidssores bij zichzelf of bij mij heeft kunnen leven. Hij is zo krachtig. Niet bang voor de dood. Niet boos over zijn lot. Hij is dankbaar. Hij leeft.

Hij heeft vrede met zijn situatie en ik merk dat ik dat ook kan hebben. Na de eerste schrik vervliegt mijn weerstand en geniet ik van elk moment, elk gesprek, elk contact dat we met elkaar hebben. Zoals ik dat altijd al deed. En zoals ik dat bij mijn moeder deed. Ik heb na haar dood ervaren dat ik die kostbare momenten voor altijd bij me draag en dat is een fijn gevoel.

Wat geen fijn gevoel is, is de schrikreactie van mijn lijf: keihard rondrazende adrenaline. Ondanks dat ik tegenwoordig zo wijs ben om dit zo min mogelijk om te zetten in actie, putten het aanhoudende gejaagde gevoel en constante hartkloppingen me in de daarop volgende maanden zo uit dat overprikkeling toeneemt en eerder verminderde ME-symptomen in volle hevigheid terugkeren. Terwijl het in mijn lijf los gaat, relax ik mentaal waar ik maar kan. Ik besef: hier is wederom “nothing under control”.

Natuurlijk voel ik me soms verbijsterd. Terug bij af. Natuurlijk spoken er “waar-doe-ik-het-telkens weer-voor-gedachten” door mijn hoofd nu ik terug op bed beland. Maar ik blijf er niet in hangen. Alle fases waar ik nu doorheen ga, zijn herkenbaar dus ik weet wat me de komende tijd te wachten staat. Of niet?

Tegenslag kan me doen wanhopen óf nog intenser contact laten maken met het moment. Want daar is waar leven daadwerkelijk gebeurt. Elk moment vraag ik het leven om me te laten zien wat voor mij van belang is om aandacht aan te besteden. Wat de volgende stap is vanuit de situatie waarin ik me nu bevind. Er komt altijd antwoord. Een daarvan is een heel verrassend antwoord, maar daarover later meer. Ik ben dankbaar. Ik leef.