Column Linda – The good stuff

Aan alle slechts zit iets goeds

Ziek zijn is bagger. En een ziekte als ME, omgeven door onbegrip en met een zweem van aanstellerigheid eromheen, al helemáál. Maar toch zit aan alle slechts iets goeds, het grootste cliché dat er is, maar o zo waar.

Boodschappen doen
Zoals mijn nieuwe waardering voor kleine dingen. Of eigenlijk…voor álle dingen. Een voorbeeld: boodschappen doen was vroeger zo’n noodzakelijk kwaad dat je propte tussen het uit je werk komen en koken. Je wist dat het moest gebeuren want je had geen zin in weer een uitgedroogde boterham met een combinatie van hagelslag en vlokken erop als avondeten (want: allebei bijna op), maar leuk was het niet. In het gezelschap van allemaal chagrijnige mensen, die net als jij honger hebben en zo snel mogelijk weer naar huis willen, je boodschappen bij elkaar zoeken, terwijl de supermarkt net weer besloten heeft om alle rekken om te gooien. En uiteraard is dat ene ingrediënt dat onmisbaar is voor je culinair verantwoorde Jamie Oliver pasta uitverkocht, waardoor je ter plekke een nieuw recept moet verzinnen. Om er bij thuiskomst achter te komen dat je de helft van de ingrediënten voor je net bedachte recept vergeten bent en je vervolgens toch weer uitkomt bij die uitgedroogde boterham. Zoiets was boodschappen doen in elk geval bij mij.
Incidentele supermarkttripjes zijn nu een ware traktatie
Sinds ik het niet of nauwelijks meer kan doen, ervaar ik het heel anders. Ik mis het zelfs. Hoe fijn is het eigenlijk wel niet om een beetje door een supermarkt te struinen, zelf je eten uit te zoeken en ter plekke nog wat impulsaankopen doen? Op een onweerstaanbare aanbieding te stuiten en je, terwijl je al voor een half maandinkomen aan boodschappen in je kar hebt liggen, toch heel prijsbewust te voelen? Zelfs bij de verkeerde kassa aansluiten is toch eigenlijk geen ramp? Kun je lekker even mensen kijken. Het klinkt heel zen en geloof me, dat ben ik allesbehalve, maar toch zijn mijn incidentele supermarkttripjes voor mij nu een ware traktatie. Je even normaal voelen, even heel blij zijn met het feit dat je er zo ‘goed’ uitziet en dat niemand aan je ziet dat je ziek bent. Opgaan in de massa en de schijn wekken dat je een heel normaal leven hebt. De mist in je hoofd waardoor je elk gangpad vier keer doorkruist en de uitputting bij thuiskomst even niet meegerekend dan. Vooral ook weer even een aspect van je leven zelf in de hand hebben. Even niet afhankelijk zijn van de hulp van andere.
Zo fijn om dingen zelf te kunnen
Hetzelfde geldt voor nog heel veel andere voorheen vervelende dingen. Als ik een klein beetje kan poetsen en met een stofdoek kan wapperen op een goeie dag, ben ik blij en vind ik het haast leuk. Oké, nu overdrijf ik, maar ik voel me in elk geval heerlijk nuttig, voldaan en opgeruimd. Zo fijn om het zelf te kunnen doen! Voor strijken geldt hetzelfde. Ik had er altijd een verschrikkelijke hekel aan en het geduld niet voor en bovendien zag ik door mijn erbarmelijke strijkkunsten nauwelijks verschil tussen gestreken en ongestreken. Maar nu begrijp ik niet meer wat er zo erg aan is. Al vraag ik me nu wel even ernstig af hoe erg het met me gesteld is als ik strijken als een bevredigende bezigheid ga ervaren.
Dingen waar een gemiddeld persoon niet blij van wordt lijken mij heerlijk. Voor sporten gaat het ook op. Ik kan het vaker niet dan wel en eigenlijk kun je het niet eens sporten noemen. Het is eerder bejaardengym, al sta ik nog net niet mee te doen aan Nederland in Beweging. Wel zorgwekkend dat ik het programma überhaubt ken. Maar ik geniet ervan, terwijl ik me er vroeger echt enorm toe moest zetten en het eigenlijk vooral uit plichtsbesef deed. Of omdat er een vetrol over mn broek dreigde te piepen. Een saaie verjaardag waarvoor je eigenlijk niet van de bank af wil komen. Nu zou ik niets liever willen dan erheen kunnen gaan. De auto poetsen. Je kleerkast uitmesten. De troep op zolder opruimen. Niet iets waar een gemiddeld persoon blij van wordt, maar mij lijkt het heerlij

Normale mensen hebben ook slaap nodig
Het is zelfs zo erg dat ik in een optimistische bui regelmatig roep dat als ik ooit beter word, ik de bank, de tv en zelfs het bed uit huis gooi omdat ik er geen seconde langer gebruik van wil maken. Ik vergeet voor het gemak even dat ‘normale’ mensen ook gewoon slaap nodig hebben. En dat het na een lange werkdag best heel lekker kan zijn om een paar uurtjes nutteloos te bankhangen.
Ik heb de kleine, alledaagse dingen leren waarderen
Het leven is voor mij veel beperkter, maar gelukkig werkt het blijkbaar zo dat alles wat je niet kan doen, leuk wordt. En laat je met ME nou net heel veel niet meer kunnen. Ik geniet nu meer dan vroeger. De dalen zijn diep en ik zou er alles voor over hebben om een normaal leven te leiden, maar ik ben blij dat ik door mijn ziekte de kleine, alledaagse dingen heb leren waarderen. Iets wat ik nooit meer hoop kwijt te raken. Ik ben tevredener geworden met wat ik wél heb en heb geleerd mijn kostbare energie te steken in dingen (en die dingen zijn voornamelijk mensen) die er écht toe doen. Ik moet oppassen dat ik niet ga klinken als het soort mensen waar ik de kriebels van krijg. Van die ‘er zijn geen problemen, alleen uitdagingen’ types. Jakkes. Er zijn problemen zat, je hebt niet alles zelf in de hand en het lijkt me heel gezond en menselijk om regelmatig flink te balen als je leven totaal niet loopt zoals je voor ogen had. Maar gelukkig komen er vanzelf nieuwe inzichten en een andere kijk op dingen voor in de plaats. Daar hoef je niet heel erg je best voor te doen, dure cursussen voor te volgen of über-positief voor ingesteld te zijn. Dat krijg je zomaar kado bij een chronische ziekte.
Erg verfrissend
Ik vind het erg verfrissend om niet meer bezig te hoeven zijn met dingen die je eigenlijk niet voor jezelf doet maar omdat je denkt dat dat nou eenmaal zo hoort. Je status als chronisch zieke, baanloze persoon is zo diep gekelderd, die valt toch niet meer te redden. Een soort van logisch gevolg is dus dat ik me om dat soort dingen echt niet meer druk maak. Dan maar geen dik huis, een dure auto of designer tas (niet dat ik die ooit gewild heb, maar het gaat om het idee). Geen vakanties naar verre oorden waarbij het meer te doen is om de foto’s, om je tweehonderdvierenveertig facebookvrienden de ogen mee uit te steken, dan om de vakantie zelf. Geen facebook ook overigens. En maar een handjevol vrienden. Héérlijk!