Nieuwe column Kirsten: Uitgeteld

Daar lig ik dan. Tussen de onuitgepakte verhuisdozen. Uitgeput. Uitgeteld. En vraag ik me vertwijfeld af hoe ik er eind vorig jaar bij kwam dat weer zelfstandig wonen een goed idee zou zijn. Niks deining. Dit voelt alsof een vloedgolf me meesleurde en me een eind verderop met grof geweld op de bodem heeft neergesmeten. Terwijl ze mijn laatste restje energie met zich meenam.

Mijn hoofd is zo vol mist dat de kleinste handelingen belemmeringen vormen die onoverkomelijk lijken. Praten, typen, of rechtop zitten, ze lukken me vaker niet dan wel. Ik heb nog steeds vertrouwen in mijn lijf. Alleen voel ik het op dit moment niet. Ik voel niets van de lichtheid die me in eerdere uitdagingen bijstond. Gelukkig herinner ik me dat bij ME de cellulaire ontstekingen kunnen oprukken tot in de hersenen, waar ze de balans van hormonen en neurotransmitters kunnen beïnvloeden. Dat de aanmaak van geluksstofjes soms op een laag pitje staat wanneer mijn lijf het zwaar heeft. Dat alle zorgelijke gedachten, die mijn hoofd daardoor onophoudelijk produceert, de ruimte geven maar ze niet serieus nemen de beste optie is en dat het niet erg is als me dat niet lukt. Omdat ik slechts wil uitschreeuwen: Wat moet ik doen om hier uit te komen?

Maar hier valt niets te doen of eigenhandig te veranderen. Soms zit er niets anders op dan de tijd uitzitten, uitliggen in mijn geval, en wachten tot de storm overtrekt. Tot de hersenmist optrekt. Op de momenten dat ik me herinner dat ik niet hóef te weten wat ik moet doen, voelt het lichter. Ik besef dat alles komt en gaat. Gedachten. Emoties. Ontstekingen die uitputting veroorzaken, mist produceren en de geluksstofjesbalans overhoop gooien. Het is alsof het leven fluistert: “Dit gaat voorbij weten of controle houden. Laat je maar vallen. Vertrouw erop dat je gedragen zult worden.” En gedragen word ik. Door steun van mijn naasten, hulp in het huishouden en troostende armen om me heen op mijn kwetsbaarste momenten. Door mijn zachte matras die mijn hard werkende lichaam de ondersteuning biedt die het nu zo nodig heeft. Door bemoedigende woorden van lotgenootje Linda.

Dan ineens breekt na maanden de dag aan dat ik, dwars door het rumoer van mijn zorgelijke gedachten, de volheid van het moment weer begin te ervaren. Het bewustzijn weer zachtjes doordringt dat morgen nog ver weg is, als ik mijn aandacht schenk aan wat nu is. Aan wat ver voorbij gedachten ligt en tevoorschijn komt nu de mist voorzichtig optrekt. Sprankeltjes levensenergie.

Mijn geloof in (gedeeltelijke) herstel is nog wankel, mijn vertrouwen dat ik ook níet genezen aankan weer groot. De bodem die ik de afgelopen tijd ervoer als dieptepunt, voelt nu als steun in de rug, hoe hard ik ook val. Ik heb opnieuw ervaren wat ik kan dragen. Makkelijk? Allerminst. Mijn bewondering voor wat de zwaarst getroffen ME-patiënten jaar na jaar en continu moeten doorstaan, kent geen grenzen. Evenals de dankbaarheid dat het mijn veerkrachtige lijf lukt om in ieder geval de hersenmist voor een groot deel te verdrijven.

Waardoor ik innerlijk werk kan verzetten om mijn teleurstelling over deze nieuwe periode van bedlegerigheid te verwerken. Teleurstelling omdat ook zonder de ontregelende gebeurtenissen van de afgelopen jaren, de balans in mijn lichaam blijkbaar zo fragiel is dat de impact van de in februari gestarte behandeling te groot is en ik hem voortijdig moet staken. Starend naar het plafond aan mezelf moet toegeven dat mijn verwachtingen toch hoger lagen dan gedacht. Mijn angst over de toekomst aankijk en omarm. En me zo naar een punt laat voeren waar ik veronderstelde zekerheden opnieuw durf los te laten als het leven dat van mij vraagt.

Tien jaar geleden kreeg ik bij een opleiding tot coach de vraag welke van mijn kwaliteiten of vaardigheden me bij het coachen het beste van pas zou komen. Toen ik mezelf hoorde zeggen wat als eerste in me opkwam, namelijk: “That I can count my blessings,” verraste mij dat. Wat heeft een ander eraan dat ík zo goed mijn zegeningen kan tellen? Nu ik zelf al jaren mijn enige cliënt ben, valt het kwartje. Als er één vaardigheid is die me goed van pas komt… Nu mijn hersens zonder mist weer kunnen tellen, verschijnt opnieuw een glinstering van vrijheid die het gevoel van opgesloten zitten in mijn lichaam overstijgt.

Tussen die onuitgepakte dozen, daar lig ik een half jaar later nog steeds. Met pijn. Met vermoeidheid die zo overweldigend kan voelen dat het me blijft verbazen. Met zoveel meer: Mijn geest is open. Mijn hart weer onbevreesd en onbevangen. Ik beschouw nóg minder als vanzelfsprekend. Opgelucht realiseer ik me: Wat mijn zegeningen betreft, ben ik nog lang niet uitgeteld.