Cover of Journal of Health Psychology Special Issue August 2017

Special over het PACE-onderzoek

Hieronder volgt een vertaling van het hoofdartikel “Special issue on the PACE Trial” van het Journal of Health Psychology van augustus 2017. Deze special van het Journal of Health Psychology is (gratis) te downloaden via: journals.sagepub.com/toc/hpqa/22/9.

Zie ook ons nieuwsbericht Journal of Health Psychology publiceert special PACE-onderzoek.

Samenvatting

We zijn er trots op dat deze uitgave van het Journal of Health Psychology (1) een bijzondere bijdrage levert aan de [wetenschappelijke] literatuur met betrekking tot interventies om aanpassing aan chronische gezondheidsproblemen te begeleiden. De discussie over het PACE-onderzoek onthult diep gewortelde verschillen tussen critici en onderzoekers. Het toont ook de onwil van de co-onderzoeksleiders van het PACE-onderzoek om deel te nemen aan discussie en debat. Het leidt ertoe dat men de wijsheid van zo’n grote investering uit openbare gelden (£5 miljoen) in twijfel trekt in wat een schoolvoorbeeld van een slecht uitgevoerd onderzoek is.

Concept

Het Journal of Health Psychology ontving een inzending in de vorm van een kritische evaluatie van een van de grootste psychotherapeutische onderzoeken ooit gedaan, het PACE-onderzoek. PACE was een onderzoek naar therapieën voor patiënten met myalgische encephalomyelitis (ME)/chronische vermoeidheidssyndroom (CVS), een onderzoek waar zeer veel over te doen is geweest (Geraghty, 2016). In reactie op de publicatie van het kritische artikel van Keith Geraghty (2016) hebben de PACE-onderzoekers geantwoord met een Open Peer Commentary-artikel (White et al., 2017). De evaluatie en de reactie daarop zijn naar meer dan 40 experts aan beide kanten van het debat gestuurd voor commentaar.

Het leverde een rijke en gevarieerde verzameling perspectieven op vanuit een verwaarloosd standpunt. Veel van de commentatoren zouden applaus moeten krijgen voor hun moed, veerkracht en ”ervaringsdeskundigheid” met ME/CVS.

De redactie wil graag vermeld hebben dat aan de PACE-onderzoekers en hun supporters talrijke kansen zijn gegeven om deel te nemen [in dit proces], zelfs door de mogelijkheid voor beroep en re-reviews te verlengen, wanneer deze normaal gesproken niet zouden worden geboden. Dat ze niet adequaat hebben gereageerd is teleurstellend.

Wat er is gebeurd

Een uitnodiging om commentaar te leveren is naar een zelfde aantal personen aan beide zijden van het debat gestuurd (ongeveer 20 per kant van het debat). Van de critici van het PACE-onderzoek kregen we veel meer inzendingen dan van de pro-PACE-zijde van het debat. Alle inzendingen werden peer reviewed (2) en beoordeeld op verdienste.

De verdediging van het onderzoek door de PACE-onderzoekers was opgesteld in een sjabloonachtig formaat dat geen weerklank vond bij de critici. Alvorens hun reactie in te sturen schreven de professoren Peter White, Trudie Chalder en Michael Sharpe als co-onderzoeksleiders van het PACE-onderzoek mij aan met het verzoek om delen van Geraghty’s artikel in te trekken, om een verklaring van belangenverstrengeling door Keith Geraghty op grond van het feit dat hij ME/CVS heeft, en om publicatie van hun reactie zonder peer review (White et al., 4 november 2016, e-mail aan David F. Marks). Alle drie verzoeken werden geweigerd.

Wat betreft belangenverstrengeling lijken de PACE-auteurs zelf sterk gebonden te zijn aan cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapy (GET) (3) – behandelingen die zij voor ME/CVS hebben ontwikkeld. Duidelijke verstrengeling van belangen is blootgelegd door de commentaren, waarbij de PACE-auteurs zelf betrokken zijn, die een dubbele rol hebben als adviseurs bij het Britse Ministerie van Werk en Pensioenen (4), een van de geldschieters van PACE, terwijl ze tegelijkertijd werkzaam zijn als adviseurs bij grote verzekeringsmaatschappijen, die zich in het openbaar hebben uitgelaten over de mogelijke financiële gevolgen als ME/CVS zou worden beschouwd als een langdurige lichamelijke ziekte. In een verdere draai van het debat werden Petrie en Weinman (2017) beticht van onvermelde belangenverstrengeling door twee commentatoren (Agardy, 2017, Lubet, 2017). De professoren Weinman en Petrie ontkennen stellig dat hun werk als adviseurs bij Atlantis Healthcare een verstrengeling van belangen inhoudt:

We zijn er heel duidelijk over dat er geen csprake is van belangenverstrengeling die we zouden moeten aangeven. We hebben niets te maken met het PACE-onderzoek en geen van ons werkt met CVS. Onze link met Atlantis zorgt op geen enkele manier voor verstrengeling, omdat Atlantis zich richt op het ondersteunen vancorrect gebruik door patiënten van medicijnen voor verschillende lange-termijnaandoeningen, en [Atlantis] geen betrokkenheid heeft gehad bij patiënten met CVS. (Weinman en Petrie, 9 mei 2017, e-mail aan David F. Marks)

Na de online publicatie van meerdere kritische commentaren werd de professoren White, Sharpe, Chalder en 16 mede-auteurs nog een kans gegeven om uitvoerig te reageren op deze kritieken, maar ze hebben ervoor gekozen om dit niet te doen. Ze schreven: Zoals steeds verwijzen wij geïnteresseerde lezers naar de website met onze oorspronkelijke publicaties en onderzoek, waar de meeste, zo niet alle, bezwaren die door commentatoren zijn opgeworpen, worden besproken (Chalder en Sharpe, 12 mei 2017, e-mail naar David F. Marks).

Na de peer review is de auteurs gevraagd om hun manuscripten te herzien naar aanleiding van de feedback van de recensenten en velen maakten meerdere concepten. Het resultaat is een reeks stevige artikelen die de tand des tijds zouden moeten kunnen doorstaan en een belangrijk nieuw licht werpen op wat er mis is gegaan bij het PACE-onderzoek, dat zo belangrijk is geweest voor de aard van behandelprotocollen. Het is teleurstellend dat wat de dominantere andere kant is geweest, weigerde om deel te nemen.

Helaas was er binnen de pro-PACE-groep van auteurs een consistent patroon van weerstand tegen debat. Na het ontvangen van kritische reviews hebben de pro-PACE-auteurs ervoor gekozen om slechts cosmetische wijzigingen te maken of om hun manuscripten op geen enkele wijze te herzien. Ze bleken niet open te staan voor wetenschappelijk debat. Ze handelden alsof ze het recht hadden niet te hoeven reageren op kritiek. Twee pro-PACE-auteurs toonden zelfs minachting voor ME/CVS-patiënten, met de opmerking: “We hebben geen zin om in discussies te gaan met patiënten.” In een ander geval probeerden drie pro-PACE-auteurs het beleid van het tijdschrift met betrekking tot belangenverstrengeling te ondermijnen door recensenten aan te bevelen met sterke tegengestelde belangen, om op die manier af te dwingen dat hun bijdrage zou worden afgewezen.

Het gebrek aan pro-PACE-manuscripten om mee te beginnen (vijf inzendingen), de slechte kwaliteit, de onbuigzaamheid van auteurs om te herzien en de onvermijdelijke afwijzing van drie pro-PACE-manuscripten leidden tot een onevenwichtigheid in artikelen tussen de twee partijen. Deze redacteur voelde er echter niets voor om water bij de wijn te doen en ondeugdelijke stukken te publiceren, ondanks de druk van mensen die beter zouden moeten weten, om door te gaan en wel te publiceren.

Hoe verder?

We zijn er trots op dat deze uitgave van het Journal of Health Psychology een bijzondere bijdrage levert aan de literatuur met betrekking tot interventies om aanpassing aan chronische gezondheidsproblemen te begeleiden. De discussie over het PACE-onderzoek onthult diep gewortelde verschillen tussen critici en onderzoekers. Het toont ook de onwil van de co-onderzoeksleiders van het PACE-onderzoek om deel te nemen aan discussie en debat. Het leidt ertoe dat men de wijsheid van zo’n grote investering uit openbare gelden (£5 miljoen) in twijfel trekt in wat een schoolvoorbeeld van een slecht uitgevoerd onderzoek is.

Het PACE-onderzoek heeft onderzoek naar ME/CVS een slechte dienst bewezen en een frisse nieuwe benadering voor behandeling is duidelijk gerechtvaardigd. Op basis van deze Special kunnen lezers zelf tot een oordeel komen over de wetenschappelijke verdiensten en tekortkomingen van het PACE-onderzoek. Het is te hopen dat de discussie zal zorgen voor een rationelere basis voor evidence-based (5) verbeteringen aan het zorgtraject van honderdduizenden patiënten.

Voetnoten:

1 Tijdschrift voor Gezondheidspsychologie.

2 Peer review: evaluatie van wetenschappelijk werk door anderen die in hetzelfde veld werken, doorgaans vakgenoten.

3 Graduele oefentherapie.

4 Department of Work and Pensions (DWP).

5 Evidence-based: het uitvoeren van behandeling door een zorgverlener/medicus zodanig dat de uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid.