Column Oscar: Gelukkig is er geluk

Het is tijd voor een pauze.
Zo heeft mijn lichaam beslist.
Een bad nemen, dat leek me een goed idee.
Natuurlijk was het water te warm en ik te moe om er iets aan te doen.
De enige optie: hard doorbijten en net doen of het je geen extra energie zal kosten.
Mijn moeder gaf me laatst een tijdschrift met een artikel over de Nederlandse rapper Pete Philly die getroffen werd door de ziekte van Lyme.
Het bad, leek me een ideale plek om het artikel eindelijk te lezen.
Helaas was het magazine van 163 pagina’s vandaag te zwaar om fatsoenlijk boven water te houden. Mijn armen begonnen te trillen van vermoeidheid bij de eerste zin.
Toen ik begon bij zin vier was het magazine verdronken.
Ook dat nog, maar energie om me daar ook nog druk over te maken was er niet.
Toch is het apart als je bedenkt dat ik op goede dagen oefeningen doe die het gewicht van dit boekje vele malen overtreffen en ik er dan geen probleem mee lijk te hebben.

Het huishouden doe ik best graag, het is een manier om me nuttig te voelen, maar loopt nu achter en heeft geen zin om zichzelf op te ruimen.
Mezelf creatief bezig houden is erg belangrijk voor me, maar nu beperkt tot het maken van flauwe beats in een programma dat ik eigenlijk niet goed genoeg ken en hier en daar een gedichtje.
Vrienden en sociaal contact zijn het allerbelangrijkste voor me, maar ik moet nu rantsoeneren in de hoeveelheid vrienden die ik kan zien.
Dus wat doe je dan?
Niks.
Met veel moeite dit schrijven.
Je huishoudelijke taken zo inplannen dat je elke dag iets gedaan krijgt en nog genoeg energie hebt om voor jezelf te koken.
Met je vrienden afspreken maar vervolgens merken dat je maar een schim van je zelf bent en de dagen erna moet uitrusten omdat het eigenlijk te veel was.
Twee keer springen en dan vallen.

Gelukkig is er geluk.
Een bijzonder handig attribuut in een pitstop als deze.
Lig je even op je bed? Heb je een beetje pijn?
Bel nu 0900-GELUK, neem een abonnement op GELUK en tover een glimlach op je gezicht!
Lachen als een boer met kiespijn, maar dan letterlijk.
Geluk zit in een klein hoekje, dat klopt mijn bed staat in een hoek.
Lach je een bult, waar die bult vandaan komt geen idee maar dat ben je ondertussen wel gewend.
De stuipen van het lachen krijgen, zelfde verhaal.
Jantje lacht Jantje huilt, nu huilt Jantje alleen nog maar van het lachen.
Wat een geweldig medicijn dat geluk.
Het neemt al je kwaaltjes weg en je voelt je zo geweldig.

Gelukkig is er geluk.
Goed, nu we de comedy ronde hebben gehad is het tijd voor de serieuze zaken.
En eigenlijk komt dat op het zelfde neer: Gelukkig is er geluk.
Mensen zijn vaak verbaasd als ik vertel dat ik nog nooit zo gelukkig ben geweest als nu.
Zelfs na wat ik allemaal verloren heb.
De zwaarte van een leven met ME is absurd.
Je staat voornamelijk buiten de maatschappij, als je überhaupt nog kan staan.
Je hebt het gevoel alsof je een leven moet uitzitten zoals in een gevangenis, terwijl je maar één wens hebt en dat is: LEVEN!
Liefst zo intens mogelijk, je wilt alle kaarten van het leven spelen.
Wat als ik je vertel dat als je ziek bent je misschien wel het meest intense spel speelt dat je kan spelen? Hoewel dit voor veel mensen waarschijnlijk raar, onbegrijpelijk en zelfs pijnlijk klinkt denk ik dat als je bijna dood gaat je nooit zo intens hebt geleefd als op dat exacte moment.
Dat is voor mij een voordeel als je na gaat dat ik minstens vijf keer op een dag het gevoel heb dat ik aan het doodgaan ben, maar wees niet bang het is tot nu toe nog nooit gebeurd.

Omdat ik elke dag mediteer en veel tijd heb om amateuristisch te filosoferen schreef ik een tijd geleden dit gedicht:

Wat zouden we toch zijn zonder verdriet.
Zonder een geliefde die ons verliet.
Zonder wonden, Zonder pijn.
Zonder dood?
Zouden we nog levend zijn?

Dat is volgens mij precies zoals het leven is, als we al die dingen niet zouden kennen zouden we ook nooit weten wat geluk is. “Maar dat wil toch niet zeggen dat ik gelukkig ben met heel veel pijn of verdriet?”
Nee, dat klopt, maar het één sluit het ander niet uit.
Verdriet, pijn, boosheid, schoonheid, geluk, blijheid.
Allemaal gevoelens of emoties die wat mij betreft hand in hand kunnen lopen.
Ken je bijvoorbeeld het gevoel van opluchting als je hebt gehuild?
Schoonheid kan je een slechte grap vertellen, terwijl pijn je in je gezicht slaat.
Zoals het engeltje en het duiveltje op je schouder.

Zoek het geluk in je leven en denk: Gelukkig is er geluk.

Column Anneke: Prettig gezelschap

Yanou is een lieverdje, rustig, gelijkmatig en vriendelijk. Met daarbij ook zeker een eigen karakter. Ze geeft mij veel liefde en is prettig gezelschap. Vooral als het wat minder met mij gaat. Met haar hoef ik niet te praten, ze komt tegen me aan liggen en geeft troost.

Van de vorige eigenaar mocht ze op de eettafel, bij ons dus ook. Ze wil erbij zijn en blijft netjes op afstand zitten als we eten of koffiedrinken. Ze blijft zelfs van haar snoepjes-pot af. Ze is een keurig opgevoede dame.

In het weekend ontbijten we aan tafel. Door de week ben ik alleen en ontbijt dan in een luie stoel of op bed. De weekenden zijn een feest voor Yanou, meer aandacht, meer spelen en kaas! Tijdens het ontbijt zit ze steevast aan de andere kant van de tafel naar ons te knipogen. Ze blijft keurig op haar plek totdat Ton de kaasdoos openmaakt. Oren gespitst, grote ogen en daar komt ze aangetrippeld. Twee kleine stukjes kaas peuzelt ze met smaak op. Daarna is ze alle belangstelling verloren. Springt van de tafel en gaat zich wassen. De buit is binnen.

Op schoot zitten vindt ze helemaal niks. Ze komt wel graag bij me zitten en wel op een zodanige manier dat ik dan geen kant meer op kan. Ik geniet van haar en heb het ervoor over om in een raar standje te moeten liggen of zitten want ook geen rare standjes leveren me ellende op. Ik heb in ieder geval dan lol gehad. Daar gaat het toch om.

Soms moet ik opstaan en dan gaat ze met me mee. Ook als ik in bad ga. Ze snapt er helemaal niets van. Al die vreemde geuren en het water in de badkuip. Dat kan vast niet goed zijn. De eerste keer dat ze het meemaakte bleef ze bij me in de badkamer. Heel bezorgd zat ze rechtop te kijken naar wat ik deed. Ze is al die tijd dat ik in bad zat zo blijven zitten. Pas toen ik eruit kwam en ze zag dat alles goed was ging ze naar de kamer. Dat was zo ontroerend. Ze waakt over mij!

Ze weet precies wanneer Ton thuiskomt en ze begroet hem altijd enthousiast. Ze is gek op hem en hij op haar. Ze laat hem wel duidelijk merken dat ze niet voor alles in is. Aanhalen, spelen en optillen op haar tijd. Lekkere dingen mogen altijd gegeven worden maar die krijgt ze dan weer mondjesmaat want ons madammeke groeit dicht. Ze heeft een soort activiteitenbord en daar krijgt ze een deel van haar brokjes op. Ze moet dan wat moeite doen om de brokjes eruit te krijgen en op te eten. Ze vindt het wel leuk om te doen. Nu ben ik er niet helemaal uit wat ze dan leuk vindt, de brokjes of het spelletje. Ik hoop allebei.

Ze ligt vaak languit op de grond en het is al een keer voorgekomen dat ik over haar gevallen ben. Heel verontwaardigt dat ik zomaar over haar heen was gevallen. ‘Ik moet wel uitkijken waar ik loop natuurlijk’. We hebben samen ook vaak een goed gesprek. Zij languit op de grond ik op de bank. Als ik dan tegen haar praat kijkt ze me aan en knipoogt ze tegen me. Ze blijft met haar aandacht bij mij net zolang tot ik stop met praten.

Ze heeft ook een favoriet plekje. Achter de pc bij Ton. Als we haar even kwijt zijn is ze daar te vinden. Ze heeft een klimpaal, diverse kussens en een mand maar daar kijkt ze niet naar om. Ze is waar wij zijn en als we samen thuis zijn dan gaat ze strategisch liggen zodat ze ons in de gaten kan houden.

De lieverd!

Column Jochem: Diagnose en dan…

Column Jochem: diagnose en dan….

Ongeveer 3 jaar geleden was ik plotseling uitgeput moe. Omdat ik al vrij snel een vermoeden had over wat er aan de hand kon zijn, zat ik binnen 3 maanden bij een ME-specialist, die me al snel de diagnose ME/CVS gaf.

De specialist vertelde er meteen bij dat de medische wereld weinig kan doen aan ME/CVS. Er zijn wel enkele medicijnen die voor sommige mensen kunnen helpen tegen de vermoeidheid, de hersenmist of de pijn. Maar hij was er ook duidelijk over dat het niet bij iedereen hielp, en dat het een kwestie van uitproberen was.

Daar sta je dan: 41 jaar, met een chronische aandoening die mijn leven verwoestte en de boodschap “We kunnen nauwelijks iets voor u doen. U moet ermee leren leven”.

Maar hoe ga ik dat doen: “ermee leren leven”? Ik had geen idee.

Het was niet de eerste keer dat me iets overkwam dat (ongevraagd) mijn leven drastisch veranderde, dus ik had al enige ervaring met het roer om moeten gooien vanwege onvoorziene omstandigheden. Toch kan ik niet echt zeggen dat het went…

Ik was er al snel over uit dat ik er in medisch opzicht uit wilde halen wat erin zat, dus ik heb me in eerste instantie op de medische mogelijkheden gericht. In 2 jaar tijd heb ik verschillende medicijnen uitgeprobeerd, maar geen van deze medicijnen hadden enig effect of ik had alleen last van de bijwerkingen.
Er zijn nog meer medicijnen die ik uit kan proberen en dat zal ik ook zeker doen, maar ik heb mijn hoop inmiddels bijgesteld. Ik ga er niet langer vanuit dat ik medicatie zal vinden die echt verschil zal maken.
Toch ben ik blij dat ik deze medicijnen uitgeprobeerd heb, want ik weet nu zéker dat ze in mijn geval niet helpen. Als ik het niet geprobeerd had, had ik me altijd blijven afvragen: wat als…? (Ook voor uitkeringsinstanties is het zinvol: ik kan elke keer zeggen dat ik iets nieuws uitprobeer, om vervolgens te vertellen dat dit ook niet helpt. Ik zet me dus aantoonbaar in voor mijn herstel.)

En zo kom ik terug op het “ermee leren leven”. Ik wist nog steeds niet hoe dat moest, maar – bedacht ik me – ik kan wel onderzoeken wat ik nog meer kan doen om mijn situatie te verbeteren.

Zo kwam ik bij medische sportfysiotherapie uit, om mijn conditie op peil te houden. Al vrij snel bleek dat ik max. 20 minuten kan sporten, als ik het op een (heel) rustig tempo doe. De fysiotherapeut was het met me eens dat dit weinig zin had, dus daar ben ik na 4 maanden weer mee gestopt. Gelukkig, want ik voel me onnoemelijk misplaatst, en dus buitengewoon ongemakkelijk, in een sportschool.
Toch was ook dit weer nuttig geweest: ik heb hier de grens van mijn uithoudingsvermogen leren kennen. Ik weet nu hoe het voelt als ik over mijn grens dreig te gaan, zodat ik direct kan bijsturen als dat me overkomt. Daar pluk ik (bijna) dagelijks de vruchten van!

Na ongeveer een jaar heb ik contact gezocht met een ergotherapeut. Ik wilde graag weten wat ik in huis kon veranderen, zodat ik minder energie kwijt zou zijn aan de dagelijkse dingen, zoals koken, wassen, etc. Ook wilde ik graag weten of ze nog “handigheidjes” en andere tips had.
Dat had de ergotherapeut zeker! Ze legde me uit dat het, juist als je zo weinig energie hebt als ik, belangrijk is om zuinig op je energie te zijn. Daarom raadde ze me aan om overal waar dat kon, energie te besparen. Ook al is het maar een (heel) klein beetje.
Op haar aanwijzingen heb ik alle spullen die ik veel gebruik, op de meest energiezuinige hoogte gezet. (Vaak is dat buikhoogte, maar soms borsthoogte.) Niet alleen in de keuken, maar ook in de badkamer en slaapkamer (kledingkast). Dat scheelt me verrassend veel energie!

Hoewel ik veel heb geleerd van de fysiotherapie en de ergotherapie, is mijn ME/CVS er niet minder van geworden. Het heeft nog steeds een (hele) grote invloed op mijn leven, maar… ik heb er minder last van, omdat ik er beter mee om heb leren gaan.

Het enige waar ik nog niet veel verder mee was, was de vraag: hoe kan ik ermee leren leven?
Daarover zal ik in volgende columns meer vertellen…

 

Column Anneke- Koffie en wat lekkers

Maandagmorgen. Kitty, mijn huishoudelijke hulp en vriendin komt om me te helpen met de huishouding. Vandaag is het extra spannend want Yanou ziet haar voor het eerst. Het is pas haar derde dag bij ons en het is dus spannend hoe ze gaat reageren. Om 9u wordt er een sleutel omgedraaid en komt Kitty binnen.

Yanou zit heel strategisch om de hoek van de kamer te kijken naar wat er gebeurt en ook wie er binnenkomt. Ze kijkt naar mij en naar Kitty en weer terug. Weer een ander mens dat zomaar binnenkomt. Ze is in verwarring gebracht. Ik knik tegen haar dat het goed is. Ik zie haar twijfelen en dan neemt ze een besluit!

Staart omhoog, snuitje opgericht en ietwat verlegen loopt ze naar Kitty om haar te begroeten.
Kitty bukt en ze mag Yanou aaien en kroelen.
Met verbazing volg ik het tafereel. Dat is wat ik had gehoopt en mijn lach had niet breder kunnen zijn. Kitty en Yanou zijn meteen vrienden.

Voordat Kitty aan het werk gaat drinken we samen koffie en praten we bij. Zij vertelt over de dingen die ze meemaakt en ik vertel hoe mijn dagen zijn geweest. Samen praten we veel over ME want Kitty heeft jaren gewerkt als verpleegkundige en hoewel ze dat al een tijd niet meer doet heeft ze veel belangstelling voor ME, vooral omdat ze er wel ervan gehoord heeft maar nooit in haar loopbaan tegen is gekomen. ( Wat op zich niet zo vreemd is.) Ook en niet in de laatste plaats doordat ze bij mij het hele proces van dichtbij heeft meegemaakt. Kitty kwam al 1x per week bij ons voor ik ziek werd. Ik werkte toen als ZZP in de particuliere verpleging en was dan 3 tot 5 dagen van huis. Ze zag wat er mis ging en de strijd die ik geleverd heb om overeind te blijven, wat helaas mislukt is. Ze heeft er alles aan gedaan om me te steunen en ook vindt ze het prima om me af en toe een schop onder mijn kont te geven als ik weer eens over mijn grenzen ga.
Mijn hoofd is op vakantie roep ik als het me weer eens niet lukt om op woorden te komen of te zeggen wat ik bedoel. Zij begrijpt dat en samen kunnen we er ook om lachen als er weer iets heel anders uit mijn mond komt dan de bedoeling is of als de hagelslag in de koelkast staat en de boter in de kast. Dat schept een band.

Op een of andere manier voelt Yanou dat haarfijn aan. Ze komt bij ons zitten, op de tafel en kijkt van de een naar de ander. Gezellig hé lijkt ze te zeggen. Als we tegen haar praten kijkt ze ons aan alsof ze ons begrijpt en ons antwoord geeft.
Omdat wij wat lekkers hebben pak ik het potje met kattensnoepjes van de tafel en draai de deksel ervan af. Yanou ziet het en is direct vol aandacht. Dat lust ze wel! Ik geef Kitty een snoepje en geef er zelf een aan Yanou. Yanou pakt het snoepje voorzichtig aan en eet het op.
Dan kijkt ze wat onzeker naar Kitty die het snoepje nog heeft. Langzaam gaat ze op de hand af met het snoepje en ja hoor.. de hand gaat open! Voorzichtig wordt het snoepje uit de hand gehaald en met smaak opgepeuzeld.
Iedere maandagmorgen en donderdagmorgen is dat ons ritueel.

 

 

 

Column Jochem-Boos en verdrietig…

Ongeveer 2 jaar geleden was ik plotseling uitgeput moe. Omdat ik al vrij snel een vermoeden had over wat er aan de hand kon zijn, zat ik binnen 3 maanden bij een ME-specialist, die me al snel de diagnose ME/CVS gaf.

Destijds had ik het niet zo door, want ik was veel te hard bezig om de juiste diagnose te krijgen. Inmiddels weet ik dat mijn diagnose uitzonderlijk snel was. Sterker, in alle protocollen voor het vaststellen van ME/CVS staat nadrukkelijk dat de klachten tenminste 6 maanden moeten aanhouden, voordat een diagnose kan worden gesteld.
Mijn persoonlijke ervaring is dus dat het ook na 3 maanden al volkomen duidelijk kan zijn dat het om ME/CVS gaat. Maar dan moet je wel bij een ME/CVS-specialist zijn, die voldoende kennis van deze aandoening heeft. Want alleen een specialist weet precies welke symptomen bij ME/CVS horen (en welke niet).

Het is erg prettig als je snel de juiste diagnose krijgt, om meerdere redenen. Ten eerste biedt het een verklaring voor je klachten en vaak biedt het mogelijkheden voor behandeling. Nu ik wist dat ik ME/CVS had, kon ik me erin verdiepen. Althans, voor zover dat mogelijk was met die irritante, alles versluierende mist in mijn hoofd.
De mogelijkheden voor behandeling bleken bitter tegen te vallen. Er zijn namelijk (nog) geen medicijnen voor ME/CVS. Er zijn wel medicijnen voor andere aandoeningen, die bij sommige ME/CVS-patiënten een deel van de klachten kunnen verlichten.

Verder werd het me duidelijk dat het vooral belangrijk was dat ik mezelf niet langer zou forceren. Ik moest zo snel mogelijk (leren) leven naar mijn nieuwe, zeer beperkte mogelijkheden.

Een tweede voordeel van een snelle diagnose is dat je een aantal dingen kunt gaan regelen. Nu ik zeker wist dat het ME/CVS was, wist ik ook meteen dat mijn klachten chronisch zouden zijn. Ik kon dus bijstand en huishoudelijke hulp gaan aanvragen. (Als zzp‘er heb je namelijk geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV, want daar moet je jezelf apart voor verzekeren. Zoals veel zzp’ers had ik zo’n verzekering niet, omdat de premie veel te hoog was.)
Tot zover de reactie van mijn rationele ik. Mijn emotionele ik was volledig uit het veld geslagen en wist niet hoe ik verder moest. Ik voelde me intens verraden door het leven, en ik was de wanhoop nabij.

Dat had deels te maken met het feit dat ik de 5 jaar ervoor hard had gewerkt om te herstellen van een burn-out. In mijn geval had de burn-out ook belangrijke lichamelijke redenen (naast psychosociale redenen). Ik bleek toen namelijk zeer ernstige vitaminetekorten te hebben. Uit nader onderzoek bleek dat dat kwam door een glutenintolerantie, die weer werd veroorzaakt door een darminfectie. Die zoektocht naar de oorzaken kostte me 2 jaar, en het herstel ervan zo’n 3 jaar.
Die periode was zó levensveranderend geweest dat ik besloten had het roer om te gooien en een coachingspraktijk te beginnen. Het laatste jaar van mijn herstel had ik al proefgedraaid, met zeer goede resultaten. Ik was er klaar voor om mijn praktijk wereldkundig te maken!

Maar dat liep dus anders, want op dat moment werd ik pootje gehaakt en zat ik opeens (weer) de hele dag thuis. Ik was te uitgeput om mijn eigen huishouden bij te kunnen houden. De hersenmist was zo erg dat ik niet eens een boek kon lezen, terwijl lezen voor mij juist de beste ontspanning is. Elke avond was het weer een gevecht om een maaltijd voor elkaar te krijgen. En mijn administratie veranderde in een grote berg. Ik herkende mezelf niet meer terug…

Op mijn heldere momenten was ik zó boos en zó verdrietig! Ik voelde me gefrustreerd tot op het bot. Op andere momenten wist ik alleen maar dat ik dit niet eerlijk vond. En op mijn zombie-momenten kon ik alleen maar wachten tot de dag weer voorbij was, en dacht ik helemaal niets.
Hoe kon ik verder?! Ik had geen idee… Toch is het me stapje voor stapje gelukt. Daarover zal ik in volgende columns meer vertellen…

Column Daria-Kleur aan mijn leven

Kleur aan mijn leven

Het lukt me steeds beter om een balans te vinden tussen activiteit en rust, om te bewegen binnen mijn grenzen en om te gaan met terugval en pijn. Deze balans gaat voornamelijk op als ik in mijn ouderlijk huis in Nederland ben. Tussen de weilanden, met uitzicht op de koeien en schapen en met twee rustige ouders op pensioen, zijn de prikkels hier miniem.

Op het moment dat ik in een drukkere omgeving kom, bijvoorbeeld een autorit, een bezoek aan een arts is het veel moelijker om in die balans te blijven. Dan vergen de omgevingsgeluiden, lichten en bewegingen teveel van mijn hersenen en lichaam en is het een opgave om tot rust te komen. Dat ervaar ik ook thuis met mijn gezin in Gent. Hoe compleet ik me ook voel als ik weer bij Daan ben, hem voorlees, samen knuffel, toch vraagt de normale gezonde levendigheid van een gezinsleven teveel van mij. Daarom zit ik nu vooral bij mijn ouders, de rust doet me deugd, maar het gemis naar mijn zoon is dan bijna tastbaar.

Hoe mijn leven momenteel is staat mijlenver af van hoe het was voor ik ziek werd. En is allesbehalve hoe ik het graag zou willen of het me ooit had voorgesteld als moeder van een jong kind. Maar, zoals een wijs persoon me laatst zei: “Dit is óók een leven!” Inderdaad, niet zoals ik het zou kiezen, maar dit is ook een leven, dus ik kan er maar beter wat extra kleuren aan toevoegen.

En dat doe ik ook, letterlijk. Meer dan 80 verschillende kleuren verftubes staan uitgestald naast de bank en elke dag schilder ik een beetje. Ik maak mandala’s op stenen. Als ik schilder ervaar ik rust, de mentale inspanning valt mee en mijn fijne motoriek werkt gelukkig wel goed. Begin dit jaar ben ik begonnen en ondertussen staat er al een kast vol geschilderde stenen. Ik sta ervan versteld dat het me ondanks de klachten lukt om een mooie steen te creëren. Dat ik een manier gevonden heb om toch mijn levenslust en passie tot uiting te brengen.

Een tijd terug is het idee ontstaan om deze stenen te verkopen voor het goede doel. Voor Music for Life, een Belgische actie waarbij men acties organiseert voor een goed doel naar keuze, organiseer ik in november en december de actie ‘Rock ME for Life’. Een online stenenverkoop waarvan de opbrengsten naar de ME-cvs-vereniging in België gaan. Verschillende familieleden en vrienden helpen me om stenen te schilderen, een website op te zetten en promotie te maken. De actie begint steeds meer vorm te krijgen en ik geniet ervan. Het biedt me zoveel afleiding.

Daarbij geeft deze actie ook wat meer bekendheid aan de ziekte ME/ CVS en haalt het geld op dat weer gebruikt kan worden voor voorlichting en onderzoek. En dat is dringend nodig, want momenteel staan we gewoon teveel in de kou. Ik geloof erin dat er met de jaren verbetering komt en we beter begrepen en hopelijk ook behandeld kunnen worden.

Ondertussen schilder ik rustig verder.

Column Anneke – Yanou

Yanou,

6 januari 2018 kwam je bij ons. Je was net anderhalf jaar. Ik had je gevonden op kitten.nl en was meteen verliefd op jouw lieve koppie. We zijn kennis gaan maken met jou en het was liefde op het eerste gezicht. Je kwam naast mijn stoel zitten en toen wist ik dat je mij ook wel aardig vond.

Na een autorit van een uur waren we eindelijk thuis. Jouw nieuwe thuis. Wij vonden het geweldig, jij vond het helemaal niks! Dé autorit. Weg van je allerliefste vriendinnetje die wel in de cattery mocht blijven. Je had een nestje gehad waarbij de bevalling niet goed was verlopen en daarom je kittentjes had genegeerd. Jouw toenmalige bazinnetje heeft jouw kindjes met de fles grootgebracht. Dat was de reden waarom Je weg moest. Ze wilden jou dat niet meer aandoen en daarom kwam Je bij mij als gezelschapsdame. En oh wat ben ik blij met jou.

De hele zaterdag kwam je niet uit je mandje zelfs niet toen er lekkere brokjes en fris water voor je klaar stonden. Zondag ging je als het stil in huis was op verkenningstocht. Alles werd onderzocht. De klimpaal werd aan een grondig onderzoek blootgesteld. Welke kussentjes en plekjes liggen het lekkerst en hoe kom ik op de snelste manier onder of achter de bank als ze me zien. In de kast kruipen was ook een optie maar dat durfde je toen nog niet. Ook de stoelen en bank negeerde je, teveel in het zicht, we zouden je zien en dat wilde je niet. Je moest eerst weten of het veilig was. Arme Yanou, helemaal uit je doen.

De klimpaal is 1.80 m. Daarnaast staat een  kast net zo hoog als de klimpaal. Dat vond je heel leuk! Van de klimpaal op de kast en terug.’ Mooie uitkijkpost!’ De plant op de kast stond in de weg en je probeerde er zo voorzichtig mogelijk langs te lopen. De plant werd weggehaald zodat je beter zicht had op de kamer en op ons. Je zat naar me te kijken en ik kreeg het gevoel dat je me wel vond meevallen. Maar voor je dat besluit definitief nam moest ik nog wel wat testen afleggen. De eerste test werd met glans doorstaan. Lekkere brokjes en heerlijke stukjes vlees. Vers water en ook nog de juiste kattensnoepjes. Daar scoorde ik aardig wat punten mee. Ondertussen had jij ook mijn bed gevonden. Heel bedeesd sprong je op het voeteneind en ging voorzichtig liggen. Ik durfde me niet te bewegen, bang dat je er weer vanaf zou springen. Dat deed je gelukkig niet. Samen een dutje doen verbindt en ook voor deze test was ik geslaagd. Na ons dutje zag ik dat je oogje traande, dat moest wel schoongemaakt worden voor het zou aankoeken. Ton, mijn lief tilde je op en ik maakte je oogje schoon. Dat was het moment dat jij besloot dat je het naar je zin had bij je nieuwe personeel. Vooral die hele grote mand waar ik vaak in lig is geweldig. Samen zij aan zij, af en toe wat dringen om het beste plekje te bemachtigen. Het komt wel goed tussen jou en mij.

Column Oscar: Optimisme

Optimisme, dat is het woord dat ik het meeste heb gehoord sinds mijn eerste column online staat.
Mensen vinden het knap dat ik nog zo positief kan zijn tijdens zo’n moeilijke ziekte. Vrienden willen mijn beste vriend worden en er was zelfs iemand die zo ontroerd was dat de tranen over haar wangen liepen. Mocht je het je afvragen, nee het was niet mijn moeder.

Trots en motivatie overspoelen me maar laten we eerlijk zijn.
Aan het eind van de dag is het ‘gewoon #%?*&$’.
Omdat ik op deze website geen scheldwoorden mag gebruiken doe ik het maar even zo, anders klinkt het zo flauw.

Aan het eind van de dag is het ‘gewoon stom’.
Saai.
Aan het eind van de dag is het ‘gewoon vervelend’.
Te slap.
Aan het eind van de dag is het ‘gewoon niet zo fijn’.
Hah.
Aan het eind van de dag is het ‘gewoon verschrikkelijk’.
Oké, dat komt in de buurt maar dat klinkt gelijk weer zo negatief en we zijn hier voor het optimisme.

Maar laten we ons daar verder niet mee bezig houden.
Het is een feit dat ME ‘gewoon niet echt super geweldig’ is, dat het vaak wordt onderschat, dat je vaak wordt aangekeken alsof je je aanstelt omdat je er zo gezond uitziet of omdat mensen je enkel zien op je beste dagen.
Ik ben nu al bijna 4 jaar ziek en ik kom nog steeds nieuwe klachten tegen of juist oude waarvan ik nooit had gedacht dat ze ook in het pretpakket zaten. Ik mag dan niet klagen omdat ik een lichte vorm heb.
Ik heb heel wat verhalen gehoord, gelezen of gezien van mensen die er veel slechter dan ik aan toe zijn en voor die mensen schrijf ik dit.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen?
Want ik gebruik het woord ‘negatief’ net zo gemakkelijk als ‘positief’
Ik spring van optimisme naar pessimisme alsof het niets is.
En eigenlijk is het ook niets. Het is makkelijker dan je zou denken.
Zoals ik al eerder heb geschreven heeft ME vrijwel alles van mij afgepakt maar probeer ik mij vooral te focussen op wat de ziekte mij heeft gegeven.
Wat het mij gegeven heeft is het vermogen om te zien dat ALLES mooi is. Zelfs de slechtste momenten in je leven kunnen prachtig zijn.
Ik geef graag het voorbeeld van een modderpoel.
Echt fraai ziet het er niet uit, maar als je lang genoeg kijkt vind je dingen die schoonheid hebben.
Misschien is het de weerkaatsing van de zon of een zwart (met witte stippen) kevertje dat zijn huisje aan het maken is aan de rand van de oever.

De slechtste momenten in je leven kunnen mooi zijn omdat ze juist zo intens zijn, niet dat het leuk is, dat ze geen pijn doen of dat je geen negatieve emoties voelt maar ook daar zit een zekere schoonheid in.
Ik heb momenten meegemaakt dat ik niks meer kon en niet wist hoe ik verder moest, een eindeloze poel van verdriet, pijn en vermoeidheid.
Toch heb ik geleerd dat zelfs een zodanig schrijnend moment schitterend kan zijn.

Misschien is dat wat ze optimisme noemen.