Column Oscar-Leugens

Liegen doe ik als de beste, leugens zijn mij niet vreemd.
Gelukkig groeit mijn neus niet zoals die van Pinoccio, toch is het net een sprookje want de verzinsels rijken ver en ik vertel enkel fictie.
De afgelopen vier jaar heb ik niks anders gedaan dan jokken, sterker nog mijn leven is een grote fraude geworden, ik ben een meester in misleiden.
Alles is nep, ik lieg vanaf het moment dat ik opsta tot ik ga slapen, zelfs mijn dromen zijn bedrog.

Elke keer als ik op bed lig om te “rusten” is de eigenlijke reden dat ik enorm lui ben.
Ik doe het niet omdat ik er blij van word maar ik doe het voor de grote list.
Als mijn familie dan even langs komt om te kijken hoe het met me gaat, lieg ik uit volle borst het hele volkslied bij elkaar. Pijn heb ik nooit, toch zeg ik om de haverklap “AU” en puf en kreun ik bij elke stap, zelfs als er geen mensen bij zijn, je weet maar nooit wanneer er iemand toevallig om de hoek komt kijken. Ik kan boeken schrijven over ME/CVS en schrijf zoals hier een column van tijd tot tijd, niet omdat ik ergens last van heb, maar een beetje aandacht is altijd leuk.
Vandaag vroeg een vriendin of ze een mini documentaire over me mocht maken, dan zal mijn acteer talent echt naar boven moeten komen. Misschien win ik wel een Oscar.

Ik wandel elke dag een heel stuk, doe onbenullige alternatieve oefeningen en houdt me aan een streng dieet, zelfs kaas (mijn favoriete eten) laat ik links liggen.
Elke dag doe ik alsof ik een kwartier lang mediteer, zelfs als niemand het ziet en vervolgens verklaar ik dat dit me “O zo veel helpt”.
Dit alles, niet omdat ik ziek ben maar om geloofwaardig te blijven.
Ook neem ik per dag minstens twintig voedingssupplementen en medicijnen, zelfs dat is deel van mijn grote leugen, de bijwerkingen neem ik er met plezier bij, dan lijkt het net echt.

Ik verloor mijn baan, mijn opleiding, verschillende vrienden, mijn verloofde.
Allemaal omdat ik liever alleen thuis lekker op bed lig te niksen.
Zelfs mijn muzikaal leven, met optredens, een band en veel creativiteit moesten wijken voor mijn groot verhaal. De rechtszaken bij het UWV doe ik er voor de lol bij, je moet toch iets als je niets wilt.

Ik zal je nog iets sterkers vertellen, volgens mij bestaat ME/CVS helemaal niet.
Iedereen die het heeft is gewoon lui en een grote leugenaar.
Dat is toch ongeveer wat het UWV over ons denkt…

Mocht je het raar vinden dat ik dit allemaal opschrijf en willen weten wat er aan de hand is, dan kan ik je één ding vertellen: deze column is mijn grootste leugen van allemaal.

Column Daria-Samen moedig

Deze winter ben ik veel ziek geweest. Op een bepaald moment drie keer achter elkaar. De laatste griep heeft er keihard ingehakt. Mijn lichaam voelt dagelijks al aan alsof ik een zware griep heb en daaroverheen nog een echte griep was te veel van het goede.

Ik lig nu in bed. Het grootste deel van de tijd eigenlijk. Ik hoop dat ik nog in de nasleep van de griep zit, maar ergens ben ik bang dat ik weer achteruit ben gegaan. Zoals de afgelopen maanden het geval was.

Deze ziekte is niks voor mij. Ik ben hier niet goed in. Ik dacht dat ik het was, dat ik het kon. Aangezien ik al enkele maanden niet achteruit gegaan was, richtte ik m’n leven in op die situatie. Maar nu verslechter ik weer en ik vecht ertegen. Ik ben verdrietig, maar ook ontzettend boos.

Uit onderzoeken en getuigenissen wereldwijd blijkt de biomedische aard en het ernstige lijden van personen met ME. Nu is het moment van verandering. Er is nu nood aan meer onderzoek naar de oorzaak, de aard en naar behandeling. En bijscholing en juiste informatie voor (huis)artsen. Er is al veel verandering gaande. Maar ik voel de urgentie niet. Niet vanuit de politiek en medische wereld. Als ik de kracht had zou ik op de barricades staan en net als Greta Thunberg dat voor het klimaat doet me met een protestbord elke week in de Wetstraat of aan het Binnenhof zetten.

Maar dat kan ik niet. Er zijn nog steeds dingen die ik wel kan. Samen met m’n man ben ik een vereniging in België gestart en met verschillende acties die op 12 mei zullen plaatsvinden ijveren we voor meer erkenning van de ziekte ME. Mijn man doet daarbij heel veel, maar ook vanuit bed kan ik nog best wat. M’n creatieve en organisatorische brein werkt nog, af en toe haperend, maar toch. We werken nauw samen met de andere organisaties in België en ik heb daardoor al veel inzichten en mooie contacten opgebouwd. Daarbij leer ik nu ook steeds meer andere personen met ME kennen.

Gisteren op een moment dat ik wat verslagen in bed lag kreeg ik een berichtje van een lotgenootje dat ik online heb leren kennen en waarmee ik een fijne band heb opgebouwd. Ze was met vriendinnen mee op een uitstap met de rolstoel. Ze was al uitgeput en lag te rusten in de auto. Maar de uitstap had haar wel deugd gedaan. Ik vond het zo lief dat ze mij dat berichtje stuurde en was zo blij voor haar. Ze antwoordde dat wij elkaar begrijpen en dat we samen moedig zijn.

Alleen voel ik me momenteel niet zo moedig meer, maar als we het samen kunnen zijn. Dat is ook al wat hé.

Column Jochem-ME/CVS als blijvende partner

Ongeveer 3 jaar geleden kreeg ik ME/CVS. Het leven met een chronische ziekte is niet altijd makkelijk. Maar nu ik mijn leven erop instel en mijn activiteiten goed over de week verdeel, is het eigenlijk best leefbaar. Ondanks alle beperkingen die er ook nog steeds zijn.

Op het moment dat ik stukje bij beetje vrede had gevonden met mijn situatie was de diagnose 2 jaar geleden. Dat vond ik een goed moment om de inspanningstest, waarmee mijn diagnose gesteld was, te herhalen. Cognitief was ik goed vooruit gegaan: de hersenmist was belangrijk minder dan in het begin. Ik was erg benieuwd wat er in diezelfde periode fysiek veranderd was. Mijn ME/CVS-specialist vond het een goed idee en dus maakten we een afspraak.

De uitslag van de inspanningstest was ronduit teleurstellend: er was niets, maar dan ook helemaal niets, veranderd! Alleen mijn conditie was iets achteruit gegaan, wat natuurlijk niet vreemd is omdat ik de afgelopen 2 jaar vooral op mijn bank heb doorgebracht.

De weken na deze uitslag had ik het best moeilijk. Onbewust had ik toch gehoopt dat ik een uitzondering op de regel zou zijn. Stiekem was ik ervan uitgegaan dat als ik maar rustig aan zou doen en passende medicatie zou zoeken, dat mijn situatie wel zou verbeteren. Dan had ik er alles aan gedaan om bij dat kleine groepje “geluksvogels” te horen, die binnen korte tijd redelijk zou herstellen. Natuurlijk hield ik er rekening mee dat het langzaam zou gaan, maar herstellen zou ik toch wel.
De uitslag van de test maakte pijnlijk duidelijk dat mijn hoop op herstel niet meer was dan dat: hoop. Ik ben geen uitzondering en mijn goede gedrag kan daar niets aan veranderen.

De medische gang van zaken bij ME/CVS verbaast me. Medici willen bij (bijna) alle ziektes vroeg ingrijpen, behalve bij ME/CVS. Vroeg ingrijpen heeft het voordeel dat een ziekte nog in de acute fase is, waardoor behandelingen beter aanslaan. Iedere medicus weet dat aandoeningen die in de chronische fase zijn aanbeland, veel moeilijker te behandelen zijn. Vaak kun je in dat geval alleen nog maar symptomen bestrijden en zijn er bijna altijd “restverschijnselen” (lees: blijvende beperkingen) te verwachten.
Maar bij ME/CVS is het – vreemd genoeg – medisch beleid om patiënten tenminste een half jaar aan te laten modderen in een medisch limbo, voordat men vindt dat je een diagnose kunt stellen. Dag, acute fase! Welkom, chronische fase!

Dit verrassende “beleid van afwachten” zal onder andere te maken hebben met het feit dat er zo weinig bekend is over ME/CVS. Zelfs de meningen over de duur van de acute fase bij ME/CVS wisselen. Sommige medici houden 2 jaar aan, anderen gaan uit van 5 jaar.
Voor de zekerheid houd ik zelf die 2 jaar aan. Daarom ga ik er vanuit dat de ME/CVS bij mij nu chronisch is. De kans dat ik ooit nog beter word, is vanaf nu dus heel veel kleiner. Kortom, ik hoor bij die 90 tot 95% die langdurig tot blijvend chronisch ziek is.

Natuurlijk blijft het belangrijk om goed voor mezelf te zorgen en op mijn grenzen te letten. Dat heeft alles te maken met dat ik wil voorkomen dat mijn situatie verslechtert. Want het is een feit dat de ME/CVS erger wordt als je te vaak over je grenzen gaat. Daarnaast gaat het me ook om kwaliteit van leven: ondanks mijn beperkingen wil ik graag zo prettig mogelijk leven!

Toen ik na een aantal weken gewend was aan het idee van niet meer herstellen, realiseerde ik me dat ik opnieuw over het doel van mijn leven moest nadenken. Onbewust had ik mijn leven de afgelopen 2 jaar “op pauze” gezet. Ik had me volledig geconcentreerd op mijn herstel: eerst beter worden, dan weer verder denken. Sinds de ME/CVS had ik niet meer nagedacht over wat daarna zou komen.
Nu duidelijk is dat herstel er niet in zit, moet ik weer plannen voor de lange(re) termijn gaan maken. Wat wil ik met mijn leven doen? Hoe wil ik mijn leven zinvol maken? En hoe kan ik dat doen op een manier die voor mij haalbaar is?

Dat zijn grote vragen, waar ik nog geen antwoord op heb. Ik weet wel dat het voor mij nodig is om “iets zinvols” bij te dragen aan de wereld. Ik wil iets doen, waarvan ik weet dat het andere mensen kan helpen. Ik wil verschil maken!
Eén van de dingen waar ik toe besloten heb, is het schrijven van deze columns. Als er ook maar één persoon is die wat aan mijn columns heeft, dan heb ik mijn doel bereikt. 🙂
Verder organiseer ik elke maand ME-Huiskamerbijeenkomsten. Dat zijn groepen voor mensen met ME/CVS om ervaringen uit te wisselen. Lotgenotencontact, dus. We praten over allerlei thema’s die voor ons relevant zijn: behandelingen en medicijnen, vakantie, partners, werk en “leven met ME/CVS”. Ook voor mij persoonlijk zijn deze groepen heel waardevol!

Maar ik wil meer! Maar wat ik nog meer zou willen, weet ik nog niet. Daarover zal ik in volgende columns meer vertellen…

Column Daria-Vriendschap

Vorige week was An, een hele lieve vriendin op bezoek bij mij op een vrij slecht moment. Die heb ik bijna constant, maar vaak voor een bezoek kan ik me meestal nog wel een beetje opladen. Nu lukte me zelfs dat ook niet. Maar dat is vriendschap. Ze was gewoon bij me en ik voelde haar aanwezigheid. Ik fluisterde over het verdriet, het gemis en ze hield m’n hand vast. Ze vroeg me of ik niet kan schrijven, of erover bloggen. Ik vertelde dat ik momenteel daar de moed niet voor voel. Dat erover schrijven het nog meer waarheid maakt. Ik vroeg haar of zij een tekstje zou willen schrijven en dat ik dat in de column zou plaatsen. Dit is wat ze schreef:

Het was leuk dansen met haar. Vurig en intens. En spontaan. Samen dansen, vrouw zijn en plezier maken. En genieten van elke kleine beweging. Samen zo vol energie.

Tot ze ziek werd. Het chronisch vermoeidheidssyndroom had haar te pakken. Het ging niet meer. Weg energie.
Weg lichaam dat eerst alles hebben kon en nu niet meer. Het wou gewoon niet.
Met een helder hoofd maar een ziek lichaam.
Alles werd zo verdomd moeilijk. Wat vanzelfsprekend zou moeten
zijn is niet meer.
Hard om te zien. Hard om te zien dat dit gewoon kan. Onmogelijk lijkt zo iets maar neen, niets is minder waar.
Een lichaam kan gewoon neen zeggen. Wat je ook doet of probeert je hebt het niet in de hand. Alleen jij kan luisteren naar wat het lichaam aangeeft wat mogelijk is en dan nog is het gokken.
Je probeert grenzen te verleggen maar je krijgt het ogenschijnlijk gewoon terug in je gezicht. Het harde leven van haar.
Van zeer nederig zijn en moeten aanvaarden van wat je niet wil.  En toch niet anders kunnen.
Korte bezoekjes. Heel korte bezoekjes.
Stille bezoekjes – soms heel stille bezoekjes want geluid is geen optie.
Donkere bezoekjes – bijna schemerbezoekjes want licht is geen optie.
Onbeweeglijke en rustige bezoekjes want beweging is geen optie.
Het vraagt gewoon zoveel.
Het verlies is groots. Je fysieke zelf en er gewoon kunnen zijn voor je partner, zoontje, familie en vrienden.
De kleinste taakjes zijn voor haar de grootste, als ze al mogelijk zijn.
En toch zijn we dan samen want zij, zij is nog altijd zij. Ondanks dat alles.
Gelukkig. En een zij met een missie.
De ziekte bekendheid geven.
En hoe! Met een kleine portie moed elke dag.
En er komen de mooiste geschilderde steentjes uit. En nog zoveel meer.

En ik, ik besef dat mijn beslommeringen en problemen best nog opgelost geraken.

Column Jochem-Leren leven met ME/CVS

Ongeveer 3 jaar geleden was ik plotseling uitgeput moe. Omdat ik vrij snel een vermoeden had over wat er aan de hand kon zijn, zat ik binnen 3 maanden bij een ME-specialist die me niet lang daarna de diagnose ME/CVS gaf. Medicatie bleek bij mij niet te werken.

Gelukkig hielpen medische sportfysiotherapie en ergotherapie me om er beter mee om te gaan, ook al is de ME/CVS er niet minder van geworden. Het heeft nog altijd een zeer grote invloed op mijn leven: ik moet mijn dagelijkse activiteiten weloverwogen plannen, leef vooral in mijn eigen huis en kan dus ook niet werken.

Langzaam kwam het besef dat “ermee leren omgaan” voor mij niet voldoende was. Ik was nog steeds vooral mijn aandoening en ik wilde graag meer zijn dan ME/CVS. Ik heb – net als iedereen – vele facetten en de ME/CVS is er slechts één van. Ik ben onder andere ook bioloog, houd van (bord)spellen en maak graag muziek. Ik wilde graag dat al die aspecten weer gelijkwaardig werden, zoals dat voor deze aandoening ook geweest was.

Een voorbeeld: als mensen aan mij vroegen hoe het met mij ging, dan gaf ik antwoord over de ME/CVS. Terwijl ze eigenlijk vroegen hoe het met míj ging, niet hoe het met de ME/CVS ging. Jochem en ME/CVS waren voor mij hetzelfde, dus het kwam niet eens in mijn hoofd op om te vertellen hoe het met mij, buiten de ME/CVS om, ging. Er was helemaal geen Jochem-buiten-de-ME/CVS…

Ik kwam tot de conclusie dat ik een vorm van berusting, en dus acceptatie, nodig had om die volgende stap te kunnen zetten. Als je daar zelf niet uitkomt, dan kan therapie je daar goed bij begeleiden. De relatief nieuwe Acceptatie en Commitment Therapie (ACT) richt zich specifiek op het accepteren van en omgaan met een beperking, zoals ME/CVS. Maar eigenwijs als ik ben, deed ik het op mijn eigen manier.

Een coach die zelf een (stevige) fysieke handicap heeft, vertelde me dat in het leven 3 vragen belangrijk zijn: Wat heb je nodig? Wat wil je? En wat wens je?
Die vragen heb ik beantwoord voor alle thema’s van het leven die ik kon bedenken, zoals wonen, dagbesteding, sociaal leven, financiën, seksualiteit, voeding, etc, etc. Zo kreeg ik een overzicht van wat voor mij essentieel (nodig hebben), belangrijk (willen) en ideaal (wensen) is.

Toen dat duidelijk was, ben ik begonnen met de dingen die ik nodig had: welke daarvan had ik inderdaad? En welke nog niet?
Van de dingen die ik nog niet had, bleek een aantal dingen buiten mijn invloedssfeer te liggen. Zo heb ik bijvoorbeeld ongeveer 150 euro per maand meer nodig om zonder zorgen te kunnen leven, maar mijn uitkering is nu eenmaal niet hoger. Dat kan ik niet veranderen, dus daar kan ik beter in berusten, anders kost het alleen maar energie. (En energie heb ik toch al te weinig.)
Maar andere dingen kon ik wel voor mezelf regelen. Ik voelde me vaak behoorlijk eenzaam, omdat ik veel thuis zit en alleen woon. Vrienden bezoeken kan ik niet vaak (deels vanwege energie, deels vanwege reiskosten). Daarom heb ik met mezelf afgesproken dat ik minstens 1x per week een vriend opbel.
Op die manier ben ik goed voor mezelf gaan zorgen en dat maakt een heel groot verschil!

Een andere vraag die mijn coach stelde, was: wat zou je willen doen, als je niet met deze beperking geconfronteerd was? En welk gevoel geeft dat? Want dat gevoel moet een plekje krijgen. Ook daar ben ik over gaan nadenken, maar vooral over gaan voelen.
Zo realiseerde ik me dat ik heel boos en verdrietig was. Daarnaast voelde ik me ook wanhopig en verraden (door het leven). Wat mij overkomen is, vind ik niet eerlijk! Door dit besef alleen al kregen deze emoties een plekje, waardoor ze direct al een stuk kleiner werden. Wat overbleef aan emoties, kan ik hanteren en zal in de loop van de tijd moeten slijten.

En zo ben ik langzaam gestopt met vechten tegen de ME/CVS en heb ik mijn leven ingesteld op de (blijvende) gevolgen ervan. Wat voor mij heel belangrijk is, is dat de beruchte hersenmist in de loop van de tijd voor een groot deel weggetrokken is. Ik herken mezelf weer, ook al kan ik nog steeds niet wat ik vroeger kon. Zo kan ik weer af en toe een boek lezen, ook al gaat dat in stukjes en beetjes.

Kortom, de acceptatie van mijn nieuwe leven met ME/CVS kwam stapje voor stapje. En eigenlijk heel ongemerkt. Nu ik mijn leven erop instel en mijn activiteiten goed over de week verdeel, is het eigenlijk best leefbaar, ondanks alle beperkingen die er ook nog steeds zijn.

Stiekem ben ik best een beetje trots op mezelf!

Column Oscar- Kerstperiode

Je zou denken dat normaal gesproken er een heleboel columns verschijnen in de kerstperiode. Allemaal met kerstwensen en verhalen over welke rare cadeautjes er gegeven worden of wat er allemaal voor spannends gebeurt.
Vervolgens zouden er minstens zoveel blogs moeten verschijnen over Nieuwjaar met alle goede voornemens die van pas komen bij deze aandoening maar vooral in het leven.
Zo heb ik zelf een hele waslijst gemaakt waar ik me tot nu toe goed aan heb gehouden en veel baat bij heb, ik ben als het ware herboren en noem het dan ook stichtelijk “mijn nieuwe leven”.

Het zal u ook opgevallen zijn dat er geen columns verschenen, niet van mij, niet van andere columnisten in de stichting.
Het was een maand lang muisstil op de site. Hoe zou dat komen?
Dat komt omdat de kerstdagen voor een ME/CVS patiënt over het algemeen de zwaarste dagen van het jaar zijn. Het is een periode waarbij je bijna verplicht bent om leuk mee te doen. Je familie komt je bezoeken of je gaat op bezoek bij vrienden en dat soms zelfs drie of vier dagen lang. Je eet lekker en vooral dingen die niet zo goed voor je zijn.
In het ergste geval lig je alleen thuis op bed omdat je te ziek bent om zelfs tijdens de kerst iemand te zien.

Ikzelf had besloten om me niet te veel aan mijn dieet te houden, lekker van het kerst-eten te genieten. Ook de oefeningen die ik normaal gezien dagelijks doe heb ik verwaarloosd en ik heb geprobeerd zo veel mogelijk mensen te zien, om zoals een “normaal mens” Kerst en Nieuwjaar te vieren. Dit was één van de beste beslissingen voor mij. Ik zit in een goede periode maar echt gezond voor mijn lichaam was het niet, mijn geest voelde zich daarentegen enorm gelukkig. Verschillende mensen in de mijn omgeving vonden het een slecht idee, maar andere waren juist blij dat ik weer mee deed. Zelf voelde ik me schuldig naar de maatschappij omdat ik wel naar een feestje ga, maar niet fatsoenlijk kan functioneren. Je bent immers pas een volwaardig lid van onze maatschappij als je een fulltime baan, een partner en twee kinderen (liefst een jongetje en meisje) hebt. Op zondag maai je altijd het gras en twee keer per week ga je nadat je de hond hebt uitgelaten nog even met de auto naar de sportschool.
Een fulltime baan heb ik niet, ook geen tweeling of hond, wel veel gras maar dat maai ik niet en zeker niet op zondag. Toch heb ik me sinds ik ziek ben nog nooit zo een deel van de maatschappij gevoeld als de afgelopen kerstperiode.
Ik was er weer even, bedankt dat ik mee mocht doen!

 

Column Anneke-Samen

Benji kruipt het liefst in de tv-kast. Daar kan hij tussen de planken achter de apparatuur kruipen. Hij zit in de kast naar Yanou te kijken. ‘Kom dan’ lijkt hij te zeggen. Yanou zit voor de kast en past er niet in. Ze is wel heel nieuwsgierig naar wat daar nou is en probeert in de kast te komen. Dat lukt maar voor de helft. Te weinig ruimte. Ik heb een prachtig uitzicht op een paar mollige kattenbillen en een dikke staart. Nadat ze gezien heeft wat er nu zo interessant was trekt ze zich terug en wacht tot Benji klaar is. Dan is het tijd voor een wasbeurt. Yanou neemt hem mee op haar kleedje, hij gaat tegen haar aan liggen en het wassen is begonnen. Het is een grondige wasbeurt. Hij moet wel heel erg vies zijn geworden van die kast. Uiteindelijk krijgt Benji er genoeg van en wil weg. Dan kent hij Yanou nog niet. Ze slaat een poot naar hem uit en trekt hem terug. Na enig geworstel van zijn kant gaat ze bijna bovenop hem liggen. Het lijkt wel een beetje op een wedstrijd vrij worstelen. Yanou wint en Benji geeft zich over. Na de wasbeurt draait Yanou zich op haar rug. Benji ziet dat als een uitnodiging om te zogen. Helaas heeft hij dat verkeerd gezien. Beledigt loopt Yanou weg.

De bank is favoriet om aanvalstechnieken te leren. Er ligt tijdelijk een grand foulard over om hem te beschermen tegen kleine kattennageltjes. Aan de voorkant reikt de foulard tot op de grond. Benji zit onder de bank, af en toe komen zijn pootjes en snuitje tevoorschijn. Yanou zit een paar meter verderop net te doen alsof ze niets in de gaten heeft. Dan stormt ze ineens op Benji af, ze glijdt tegen de foulard aan en probeert Benji die heen en weer achter de stof stuitert te pakken te krijgen. Als ze hem te pakken heeft met de foulard ertussen probeert ze hem vast te houden, Benji probeert op zijn beurt om weer los te komen. Dat gaat minutenlang door tot Benji zich los heeft gemaakt. Yanou trekt zich daarna terug om weer opnieuw aan te vallen. Na een tijdje wisselen ze van positie en is Benji degene die aanvalt. Hij heeft al snel genoeg van deze techniek en probeert een andere. Hij klimt op de bank en laat zich achter de bank ervan af vallen. Zo valt hij Yanou van achter de rug aan. De slimmerd! Na gedane arbeid is het goed rusten. Onder de bank liggen ze dicht tegen elkaar aan te slapen. Energie opdoen voor de volgende ronde.

Balletjes zijn leuk! Yanou speelt er graag mee. Nu kijkt ze gewoon de andere kant op als ik met haar wil spelen. Ze laat het allemaal over aan Benji. Die haalt de gekste capriolen uit onder het toeziende oog van Yanou. Tikt tegen het balletje aan met linker en rechterpoot. Zo snel dat ik het niet meer bij kan houden. Onder de stoelen en tafels, achter de verwarming. Hij sjeest het hele huis door. Uiteindelijk komt hij weer uit bij Yanou uit die hem trakteert op een flinke wasbeurt. Daarna eten en dan word ik vragend aangekeken door twee paar kattenoogjes. Ze staan al bij de deur. ‘Kom je nu eindelijk?’ lijken ze te vragen. Eenmaal in bed komen ze bij me liggen. Ik voel me ondanks alles hartstikke gelukkig!

Column Amber-2019

2019..
Weer een nieuw jaar, de feestmaand is weer voorbij en daarmee ook de feestelijke dagen. Ik vind ze altijd wel leuk en gezellig maar merk er ieder jaar wel weer dat het slechter met me gaat dan het jaar ervoor. Ik kan minder lang dingen doen, ben er sneller moe van en de nasleep is ook steeds erger en langer.

Met oudjaar ben ik weg geweest. Ondanks dat ik daar veel heb gezeten ben ik sinds Nieuwjaar niks meer waard. Ik ben kapot, kan niks meer en lig de hele dag op bed of in de bank. Ik heb simpelweg geen energie meer om iets te doen. Wanneer ik van de bank naar de keuken ga hangt mijn tong op mijn schoenen en word ik helemaal duizelig. Niet echt een lekkere start dus zoals ik liever het jaar was begonnen. Ik hoop dan ook dat dit snel voorbij is en dat ik binnenkort wat meer energie krijg 😊. Het is wel een flinke terugval en ik hoop dat ik weer opknap naar mijn energielevel van afgelopen september. Helaas hebben de afgelopen jaren mij geleerd dat verder in het jaar mijn energie steeds meer afneemt en ook minder lang mee gaat. Wat ik mij afvraag is of deze klap zo groot geweest omdat het een opstapeling van alles is? En of ik nu al een hoop energie moet inleveren en het hiermee tot vakantie mee moet doen? Als dat zo is zal ik nog meer keuze’s moeten maken en activiteiten moeten minderen.
Wat er ook bijhoort is snel prikkelbaar zijn en tegelijkertijd ook geen prikkels aan kunnen. Geluid, licht andere prikkels komen nu veel scherper binnen en ik kan ze minder goed aan. Zelfs gebeurtenissen waar ik normaal snel overheen stap stapelen zich nu op.  Het is voor mij lastig om deze weinige energie al zo te moeten verdelen, zelfs de kleine dingen te moeten laten.

Ik hoop dat het over een paar weken wat minder is en beter zal gaan 😄.

Ik ben dit jaar begonnen met een nieuw voornemen en dat is dat ik geen 2 dingen meer op een dag doe. De jaren hiervoor ging ik bijvoorbeeld in de middag ergens heen en had ik in de avond een verjaardag. Ik kon dan eigenlijk niet meer naar die verjaardag maar vond het zielig om af te zeggen. Maar ik had er last van daarna. Dus voor dit jaar heb ik besloten om goed af te wegen en te kiezen wat ik liever wil doen en daardoor dus maar 1 ding op een dag ga doen.👌