Column Daria-Vriendschap

Vorige week was An, een hele lieve vriendin op bezoek bij mij op een vrij slecht moment. Die heb ik bijna constant, maar vaak voor een bezoek kan ik me meestal nog wel een beetje opladen. Nu lukte me zelfs dat ook niet. Maar dat is vriendschap. Ze was gewoon bij me en ik voelde haar aanwezigheid. Ik fluisterde over het verdriet, het gemis en ze hield m’n hand vast. Ze vroeg me of ik niet kan schrijven, of erover bloggen. Ik vertelde dat ik momenteel daar de moed niet voor voel. Dat erover schrijven het nog meer waarheid maakt. Ik vroeg haar of zij een tekstje zou willen schrijven en dat ik dat in de column zou plaatsen. Dit is wat ze schreef:

Het was leuk dansen met haar. Vurig en intens. En spontaan. Samen dansen, vrouw zijn en plezier maken. En genieten van elke kleine beweging. Samen zo vol energie.

Tot ze ziek werd. Het chronisch vermoeidheidssyndroom had haar te pakken. Het ging niet meer. Weg energie.
Weg lichaam dat eerst alles hebben kon en nu niet meer. Het wou gewoon niet.
Met een helder hoofd maar een ziek lichaam.
Alles werd zo verdomd moeilijk. Wat vanzelfsprekend zou moeten
zijn is niet meer.
Hard om te zien. Hard om te zien dat dit gewoon kan. Onmogelijk lijkt zo iets maar neen, niets is minder waar.
Een lichaam kan gewoon neen zeggen. Wat je ook doet of probeert je hebt het niet in de hand. Alleen jij kan luisteren naar wat het lichaam aangeeft wat mogelijk is en dan nog is het gokken.
Je probeert grenzen te verleggen maar je krijgt het ogenschijnlijk gewoon terug in je gezicht. Het harde leven van haar.
Van zeer nederig zijn en moeten aanvaarden van wat je niet wil.  En toch niet anders kunnen.
Korte bezoekjes. Heel korte bezoekjes.
Stille bezoekjes – soms heel stille bezoekjes want geluid is geen optie.
Donkere bezoekjes – bijna schemerbezoekjes want licht is geen optie.
Onbeweeglijke en rustige bezoekjes want beweging is geen optie.
Het vraagt gewoon zoveel.
Het verlies is groots. Je fysieke zelf en er gewoon kunnen zijn voor je partner, zoontje, familie en vrienden.
De kleinste taakjes zijn voor haar de grootste, als ze al mogelijk zijn.
En toch zijn we dan samen want zij, zij is nog altijd zij. Ondanks dat alles.
Gelukkig. En een zij met een missie.
De ziekte bekendheid geven.
En hoe! Met een kleine portie moed elke dag.
En er komen de mooiste geschilderde steentjes uit. En nog zoveel meer.

En ik, ik besef dat mijn beslommeringen en problemen best nog opgelost geraken.