Vervolgonderzoek naar Rituximab biedt opnieuw hoop

Regelmatige behandeling met Rituximab kan ME/CVS-klachten voor langere tijd verminderen. Dat suggereert althans een nieuw onderzoek naar de werkzaamheid van dit medicijn bij ME/CVS. De resultaten van dit onderzoek werden 1 juli gepubliceerd in het online wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Korte terugblik Rituximab is een medicijn dat wordt gebruikt bij de behandeling van lymfeklierkanker en reumatologische aandoeningen. Enkele jaren geleden gebruikten Noorse oncologen dit medicijn om iemand met kanker te behandelen die ook ME/CVS had. Na een behandeling met Rituximab bleek deze persoon van beide ziektes genezen. Na een klein pilot-onderzoek met drie patiënten volgde een groter onderzoek. De resultaten hiervan werden in het najaar van 2011 gepubliceerd. In de eerste drie maanden van het onderzoek was er nog geen verschil te zien tussen de patiënten die behandeld waren met het medicijn en patiënten die een placebo ontvingen, maar aan het eind van het onderzoek was bij 67% van de ME/CVS-patiënten en 13% van de patiënten in de placebogroep een verbetering van hun klachten zien. Door dit ‘uitgestelde effect’ van de behandeling vermoeden de onderzoekers dat ME/CVS een auto-immuunziekte is.

Vervolgonderzoek Om meer inzicht te krijgen in het effect van behandeling met Rituximab deden de oncologen een nieuw onderzoek. In het bijzonder onderzochten zij het aantal doseringen, de hoogte van de doseringen en eventuele bijwerkingen van het medicijn. Van de 29 patiënten die meededen aan het onderzoek hadden er 18 baat bij de behandeling, wat vergelijkbaar is met het onderzoek uit 2011. In dat onderzoek was er een groep patiënten die enige tijd na de behandeling weer meer last kregen van hun klachten. Het huidige onderzoek suggereert dat het geven van meerdere behandelingen, steeds enkele maanden verspreid, ervoor zorgt dat patiënten langere tijd baat hebben bij de behandeling. 11 patiënten merkten drie jaar na het begin van hun behandeling dat de klachten nog altijd verminderd zijn. Enkele daarvan hebben zelfs al vijf jaar helemaal geen klachten meer. In tegenstellig tot het onderzoek uit 2011 was dit onderzoek niet geblindeerd, en ontbrak een controlegroep. Men moet daarom voorzichtig zijn met het trekken van conclusies naar aanleiding van de resultaten.

Toekomst De kennis die met dit onderzoek is opgedaan zal gebruikt worden in een vervolgonderzoek met een grotere groep patiënten. De resultaten hiervan worden op z’n vroegst in 2017 verwacht. Verder zijn de Noorse onderzoekers ook nog met een aantal kleinere (deel)onderzoeken bezig, waaronder één naar de behandeling van ernstig zieke ME/CVS-patiënten met Rituximab.

B-Lymphocyte Depletion in Myalgic Encephalopathy/ Chronic Fatigue Syndrome. An Open-Label Phase II Study with Rituximab Maintenance Treatment. http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0129898